ECLI:NL:RVS:2022:2707
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling wegens zicht op uitzetting Nigeria
De staatssecretaris stelde een vreemdeling op 12 mei 2022 in bewaring wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het oogmerk tot uitzetting naar Nigeria. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe, omdat zij oordeelde dat er geen zicht op uitzetting was vanwege onvoldoende medewerking van Nigeria.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en betoogde dat de afwijzing van een laissez-passer in 2015 niet betekende dat Nigeria niet zou meewerken, maar dat er onvoldoende informatie was verstrekt. Tevens stelde hij dat de vreemdeling onvoldoende meewerkte aan het onderzoek naar haar identiteit.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zicht op uitzetting ontbrak, omdat Nigeria niet weigerde mee te werken maar onvoldoende informatie ontving. De vreemdeling had onvoldoende medewerkt, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Verder werden andere beroepsgronden verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.