ECLI:NL:RVS:2011:BQ0750
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- M.A.A. Mondt Schouten
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake geloofwaardigheid asielrelaas vreemdeling uit Tibet
De vreemdeling vroeg asiel aan, maar de minister wees de aanvraag af omdat het asielrelaas volgens hem geen positieve overtuigingskracht had. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit. De minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister het gebrek aan geloofwaardigheid van het relaas voldoende had gemotiveerd, onder meer vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen, het ontbreken van kennis van lokale bevolkingsgroepen en onjuiste geografische informatie. De minister had bovendien het niet beheersen van Mandarijn ter zitting laten vallen als bezwaar.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de motivering van de minister ontoereikend was. Ook was het niet verplicht een taalanalyse te laten verrichten omdat de minister het relaas terecht ongeloofwaardig achtte. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.