ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2003
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel na beëindiging categoriale bescherming Irak
Eisers ontvingen in 2008 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van categoriale bescherming voor asielzoekers uit Irak. Verweerder trok deze vergunning in december 2010 in omdat het beschermingsbeleid was beëindigd. De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid tot intrekking heeft kunnen besluiten.
Eiser kon onvoldoende aannemelijk maken dat het ontbreken van reisdocumenten niet aan hem toe te rekenen was. Zijn asielrelaas bevatte ongerijmdheden en tegenstrijdigheden, waardoor het niet de vereiste positieve overtuigingskracht had. Ook de overgelegde medische verklaring bood geen steun voor zijn verhaal.
De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat het beëindigen van categoriale bescherming een ruime beoordelingsruimte voor verweerder kent en dat het geweldsniveau in Bagdad niet uitzonderlijk hoog is in de zin van artikel 15c van de EU-Definitierichtlijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.