Uitspraak
200408382/1), kan de omstandigheid dat beroep wordt ingesteld namens een persoon van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is, niet worden beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb kan worden hersteld. Gelet hierop is het hoger beroep, voor zover ingesteld door anderen, niet-ontvankelijk.
200305777/1), is bij de vaststelling van de omvang van het bouwperceel de actuele situatie bepalend, waarbij in beginsel dient te worden uitgegaan van het kadastrale perceel waarop het bouwplan is voorzien. Het bouwplan is voorzien op het kadastrale perceel H9935. Het college heeft de kadastrale percelen H9935 en het aangrenzende H9934 echter tezamen mogen aanmerken als één bouwperceel. Voor de vraag of sprake is van één bouwperceel, als bedoeld in artikel 1, onder f, van de planvoorschriften, is immers tevens van belang of sprake is van één eigenaar en/of van bij elkaar behorende bebouwing. Indien dat het geval is kan dat tot gevolg hebben dat meerdere kadastrale percelen in ruimtelijke zin als één geheel worden aangemerkt. Die situatie doet zich hier voor, nu beide percelen eigendom zijn van ASKO en het op het kadastrale perceel H9934 liggende schoolplein behoort bij de op het kadastrale perceel H9935 staande school.
200800912/1treft geen doel. In deze uitspraak was niet de vraag aan de orde of de overkapping als van ondergeschikte aard kon worden aangemerkt, doch of de overkapping, hoewel onderdeel van het bouwplan, los daarvan als bouwen van beperkte betekenis als bedoeld in artikel 43, eerste lid, onder c, van de Woningwet kon worden aangemerkt.
200804977/1), mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derdebelanghebbende.
200805782/1treft geen doel, nu het in die zaak, anders dan in deze zaak, ging om een gebouw met woonappartementen.