Uitspraak
200804079/1), dienen aan de bewijsvoering en de motivering die ten grondslag liggen aan het opleggen van een punitieve sanctie strenge eisen te worden gesteld. Daarvan uitgaande en in aanmerking genomen het tijdsverloop tussen het ongeval op 29 maart 2007 en het overlijden van het slachtoffer op 1 augustus 2007, de omstandigheid dat de toestand van het slachtoffer in juni zodanig was verbeterd dat sprake was van een mogelijke overplaatsing naar een revalidatiecentrum, en de omstandigheid dat het in de brief van de officier van justitie van 19 december 2007 opgenomen citaat uit het schouwrapport geen direct oorzakelijk verband indiceert tussen overlijden en hersenletsel, is de Afdeling van oordeel dat dit oorzakelijk verband niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan.