Uitspraak
200700303/1), is voor de kwalificatie als werkgever in de zin van de Wav instemming met, onderscheidenlijk wetenschap van de arbeid niet vereist; het enkel mogelijk maken van het verrichten van arbeid en het niet verhinderen daarvan, wordt ook opgevat als het laten verrichten van arbeid. Dat [appellant] naar gesteld geen wetenschap heeft gehad van de door [vreemdeling A] en [vreemdeling B] verrichte werkzaamheden, biedt derhalve geen grond voor het oordeel dat hij ten aanzien van hen niet als werkgever kan worden aangemerkt. [appellant] heeft met [naam] immers niet afgesproken hoeveel en welke personen [naam] zou inschakelen. Bovendien heeft [appellant] de betaling voor alle vreemdelingen van [bewoner] in ontvangst genomen.
200607461/1), is bij een besluit tot boeteoplegging het in artikel 3:4 van Pro Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) neergelegde evenredigheidsbeginsel aan de orde. Als de toepassing van de beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, dan moet van deze beleidsregels worden afgeweken. Bij bijzondere omstandigheden die tot matiging aanleiding geven gaat het in ieder geval, mede gelet op artikel 4:84 van Pro de Awb, om individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter.