Uitspraak
200602308/1).
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Groningen verleende op 24 juli 2007 een milieuvergunning aan NUON voor een multi-fuel elektriciteitscentrale op het industrieterrein Eemshaven. Diverse milieuorganisaties, waaronder Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace en individuele appellanten, stelden beroep in tegen dit besluit. Zij voerden onder meer aan dat de vergunning onvoldoende beschermt tegen milieuschade en dat de motivering van bepaalde emissievoorschriften tekortschiet.
De Raad van State oordeelde dat de beroepen gegrond zijn. Hoewel het college een zekere beoordelingsvrijheid heeft, ontbrak een deugdelijke motivering voor de vergunde emissies van dioxines en furanen, overige zware metalen en zwaveldioxide door de restgasnaverbrander. Ook was onvoldoende onderzoek gedaan naar de effecten van fluoride-emissies. Daarnaast faalden de beroepen niet op punten als geluidoverlast, lichthinder, visuele hinder, veiligheid en cumulatieve milieueffecten.
De Raad vernietigde het besluit en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan de appellanten. Hiermee werd het college verplicht om de vergunning opnieuw te beoordelen met inachtneming van de motiveringsvereisten en aanvullende milieubescherming waar nodig.
Uitkomst: De vergunning voor de elektriciteitscentrale wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van emissievoorschriften en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.