Uitspraak
200406961/1.
Raad van State
De gemeenteraad van Rotterdam stelde op 2 maart 2006 het bestemmingsplan Nieuw Crooswijk vast, dat grootschalige sloop en herstructurering van de wijk beoogt. Diverse appellanten, waaronder bewoners en belangenverenigingen, stelden beroep in tegen de goedkeuring van dit plan door het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland op 7 november 2006.
De Raad van State oordeelt dat twee appellanten niet-ontvankelijk zijn wegens gebrek aan belang. Voor de overige appellanten zijn de beroepen inhoudelijk behandeld. De Afdeling constateert dat het plan op hoofdlijnen aanvaardbaar is en dat de noodzaak tot herstructurering voldoende is onderbouwd. Alternatieve plannen bieden onvoldoende oplossing voor de problemen.
Echter, de Afdeling vindt dat de goedkeuring van het plan onzorgvuldig is voorbereid vanwege het ontbreken van onderzoeksresultaten over de cultuurhistorische waarde van het complex Reserveboezem III. Daarnaast is de beoordeling van de luchtkwaliteit onvolledig en onvoldoende onderbouwd, met onduidelijkheden over verkeersintensiteiten en snelheidstyperingen. Ook is de planregeling voor bebouwing nabij begraafplaatsen te ruim en onvoldoende waarborgen biedend voor het behoud van rust en piëteit.
De Afdeling vernietigt daarom de goedkeuring van het bestemmingsplan voor de genoemde plandelen en onthoudt goedkeuring aan deze onderdelen. De beroepen van Stichting Bewonerscomités en Belangenvereniging Schutterskwartier worden gegrond verklaard, terwijl de overige beroepen ongegrond zijn. Tevens worden proceskosten toegekend aan genoemde verenigingen.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan Nieuw Crooswijk wordt deels vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheidsbeginsel en goede ruimtelijke ordening.