ECLI:NL:RVS:2007:BA1130
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris legde op 24 juni 2005 aan verzoeker een bestuurlijke boete op wegens het zonder tewerkstellingsvergunning laten verrichten van arbeid door een vreemdeling. Verzoeker maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van verzoeker gegrond, vernietigde het besluit en herroept de boete.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verzoeker wel als werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen moet worden aangemerkt omdat hij feitelijk de vreemdeling arbeid heeft laten verrichten, ook al was de arbeid via een tussenpersoon georganiseerd. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat verzoeker geen beboetbaar feit had begaan.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 21 maart 2007.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van verzoeker tegen de bestuurlijke boete ongegrond.