ECLI:NL:RVS:2004:AO5747
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- A. Kosto
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering aanwijzing gebied als speciale beschermingszone voor Dwerggans
Appellante, Stichting De Faunabescherming, verzocht om aanwijzing van het gebied 'De Abtskolk-De Putten' als speciale beschermingszone (SBZ) voor de Dwerggans. De minister weigerde dit op grond van het argument dat de Dwerggans in Nederland vooral afkomstig is uit een Zweeds herintroductieprogramma en daarom geen natuurlijk in het wild levende populatie zou vormen. Tevens werd aangevoerd dat het gebied niet voldeed aan het criterium van minimaal 100 hectare aaneengesloten formele natuurstatus.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Vogelrichtlijn ook van toepassing is op de geherintroduceerde Dwergganzen en dat de minister geen beleidsvrijheid heeft om voor deze soort geen SBZ aan te wijzen. De Raad stelde dat het gebied niet was betrokken bij de inventarisatie van SBZ's, waardoor niet kon worden vastgesteld of het gebied voldoet aan de ornithologische criteria. Daarnaast werd geoordeeld dat het 100-hectare criterium wel geldt, maar dat het niet vereist dat dit gebied aaneengesloten is en dat het gebied in kwestie wel degelijk voldoet aan deze norm.
Gelet op deze overwegingen werd het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met de zorgvuldigheidseisen en de Vogelrichtlijn. De minister werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Tevens dient een nieuwe beslissing te worden genomen op het verzoek van appellante.
Uitkomst: Het besluit van de minister om het gebied niet als speciale beschermingszone aan te wijzen wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.