ECLI:NL:RVS:2003:AL1513
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- F.P. Zwart
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bouwvergunning hotel wegens niet-aanvang bouwwerkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel heeft op 3 mei 2001 de bouwvergunning van 27 juli 1993 voor de bouw van een hotel met serviceappartementen ingetrokken omdat binnen 26 weken na onherroepelijkheid van de vergunning geen aanvang was gemaakt met de werkzaamheden.
Appellanten stelden dat het college ten onrechte had aangenomen dat zij niet voornemens waren de vergunning te gebruiken. De Raad van State oordeelde dat het college terecht een redelijk belang had bij intrekking omdat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat binnen korte termijn met de bouw zou worden begonnen. Het streven van appellanten was inmiddels gericht op de realisatie van woonappartementen in plaats van het hotel.
Verder werd geoordeeld dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken ondanks het ontbreken van een vast beleid over intrekking van ongebruikte vergunningen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bouwvergunning bevestigd.