ECLI:NL:RVS:2003:AI0787
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting en intrekking exploitatievergunning horeca-inrichting wegens drugshandel
De burgemeester van Venlo heeft bij besluit van 6 mei 2002 de door appellant geëxploiteerde horeca-inrichting voor een jaar gesloten en de exploitatievergunning ingetrokken vanwege de aanwezigheid en verkoop van middelen als bedoeld in de Opiumwet. Appellant stelde dat de politie-rapporten onvoldoende bewijs boden voor structurele drugshandel en dat het leggen van contacten niet onder verkoop viel. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat uit politieprocessen-verbaal blijkt dat in de inrichting drugs aanwezig waren met het oog op verkoop en dat er meerdere contacten waren tussen verkopers en kopers, waarbij drugs uit een nabijgelegen woning werden gehaald. Dit rechtvaardigt de conclusie dat er sprake was van structurele verkoop. Ook het feit dat levering of betaling niet altijd in de inrichting plaatsvond, doet hieraan niet af.
Verder stelde appellant dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor contacten of handel zonder zijn medeweten en dat hij niet was gewaarschuwd voor de gevaren. De Afdeling verwierp dit, stellende dat de verwijtbaarheid niet relevant is voor de bevoegdheid tot sluiting en intrekking. De exploitant is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in zijn inrichting. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting en intrekking van de exploitatievergunning wegens drugshandel en gevaar voor de openbare orde.