ECLI:NL:RVS:2002:AE6031
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over verstrekking opvang vreemdeling na beëindiging recht
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, waarin het beroep van een vreemdeling gegrond werd verklaard wegens het uitblijven van een beslissing op zijn verzoek om opvangverstrekkingen.
De rechtbank had bepaald dat het COA binnen een week op het verzoek moest beslissen. Het COA stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de beslissing van de president van de rechtbank op 31 juli 2001, waarbij het bezwaar van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn vluchtelingenstatus ongegrond werd verklaard, een meeromvattende beschikking was in de zin van artikel 45 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Volgens artikel 45 Vreemdelingenwet Pro 2000 eindigt het recht op verstrekkingen van rechtswege na een dergelijke beschikking. De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het COA nog een besluit kon nemen op het verzoek van de vreemdeling. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het COA bevoegd maken om na beëindiging van het recht opnieuw opvang te bieden.
Daarom wordt het hoger beroep van het COA gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, waardoor het COA niet verplicht is om op het verzoek van de vreemdeling te beslissen.