ECLI:NL:RVS:2005:AS8567
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B. van Wagtendonk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid COA tot verlenen opvang aan asielzoekers en weigering na eerdere afwijzing
Appellant heeft meerdere keren een verblijfsvergunning en asielstatus aangevraagd, welke steeds zijn afgewezen en onherroepelijk zijn verklaard. Na een voorlopige maatregel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verzocht appellant het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) om opvang tijdens de behandeling van zijn klaagschrift. Het COA stelde zich op het standpunt niet bevoegd te zijn opvang te verlenen zonder wettelijke grondslag.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen het uitblijven van een besluit ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het COA een besluit had moeten nemen op het verzoek, maar dat het uitblijven van een besluit als afwijzing mocht worden aangemerkt. De Raad van State oordeelde dat het COA niet bevoegd is opvang te verlenen buiten de wettelijke bepalingen en dat de voorzieningenrechter terecht bevoegd was om kennis te nemen van het beroep.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Hiermee is bevestigd dat het COA niet verplicht is opvang te verlenen aan vreemdelingen zonder aanspraak op grond van de Wet COA, ook niet bij een voorlopige maatregel van het EHRM.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het COA niet bevoegd is opvang te verlenen zonder wettelijke aanspraak en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.