ECLI:NL:RVS:2002:AE3582
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onbevoegdheidsverklaring rechtbank inzake verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling
De Staatssecretaris van Justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als alleenstaande minderjarige vreemdeling. De rechtbank had het beroepschrift in zoverre doorgezonden aan de Staatssecretaris om als bezwaarschrift te worden behandeld.
De Raad van State oordeelt dat uit het besluit van 8 november 2001 niet kan worden afgeleid dat het tevens strekt tot weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als alleenstaande minderjarige vreemdeling. De vermelding van de meerderjarigheid van de vreemdeling in de motivering is slechts een feitelijke mededeling en geen toetsing aan het beleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers.
Daarom is de rechtbank ten onrechte tot onbevoegdheid gekomen en moet het beroepschrift niet als bezwaarschrift worden behandeld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak dat de rechtbank zich onbevoegd verklaarde wordt vernietigd. Voor proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde wordt vernietigd.