ECLI:NL:RVS:2001:AD4617
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.M. van Angeren
- F.P. Zwart
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en beoordeling planschadevergoeding na bezwaar tegen niet tijdig beslissen
Appellanten hebben op 15 mei 1996 een verzoek ingediend om vergoeding van planschade als gevolg van een besluit tot vrijstelling voor de bouw van een woonhuis nabij hun woning. De gemeenteraad van Stein verklaarde bij besluit van 10 juli 1997 het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen gegrond en kende een planschadevergoeding toe van ƒ 12.000,-- plus rente. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 22 januari 1998 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 22 januari 1998 gegrond, vernietigde het besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen primair een procedureel middel is om het bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen, en dat het bestuursorgaan ook na bezwaar een reële inhoudelijke beslissing moet nemen waartegen bezwaar kan worden gemaakt.
De Afdeling stelt vast dat de raad niet in strijd met de Awb heeft gehandeld door het besluit van 10 juli 1997 als primair besluit te zien en dat appellanten terecht bezwaar hebben gemaakt tegen de toegekende planschadevergoeding. De hoogte van de vergoeding is zorgvuldig vastgesteld op basis van deskundigenadvies, waarbij waardevermindering en vermindering van woongenot zijn meegenomen. Het beroep van appellanten faalt, het vernietigde besluit wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 22 januari 1998 wordt gehandhaafd.