ECLI:NL:PHR:2003:AF2832
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing aan wijziging van ontslagvergunning met wederindiensttredingsvoorwaarde
In deze zaak staat centraal de vraag of de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening (RDA) achteraf een beperkende voorwaarde, de wederindiensttredingsvoorwaarde, kan verbinden aan een reeds verleende ontslagvergunning. De werkgever Lypack had op 22 maart 1999 toestemming gekregen om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen, aanvankelijk zonder deze voorwaarde. Later voegde de RDA deze voorwaarde alsnog toe, waarna de werknemer stelde dat het ontslag nietig was omdat Lypack de voorwaarde had overtreden.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat de voorwaarde deel uitmaakt van de vergunning en dat het mogelijk is deze later toe te voegen, mits niet met terugwerkende kracht. De Hoge Raad bevestigt dat de RDA bevoegd is om een voorwaarde aan een vergunning te verbinden, maar dat dit niet kan leiden tot wijziging van de rechtsverhouding als de werkgever al in gerechtvaardigd vertrouwen op de oorspronkelijke vergunning heeft gehandeld.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor beoordeling van de goede trouw van Lypack bij het handelen op basis van de onvoorwaardelijke vergunning. Dit arrest verduidelijkt de bestuursrechtelijke grenzen aan het wijzigen van vergunningen en de bescherming van het vertrouwensbeginsel in ontslagprocedures.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug voor beoordeling van de goede trouw van de werkgever bij het handelen op basis van de onvoorwaardelijke ontslagvergunning.