ECLI:NL:RVS:1998:AB1445
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde niet onredelijk
Appellant, de Staatssecretaris van Justitie, wees het naturalisatieverzoek van bezwaarde af op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, vanwege ernstige vermoedens dat bezwaarde gevaar oplevert voor de openbare orde. Bezwaarde was veroordeeld tot een geldboete en een voorwaardelijke rijontzegging wegens een verkeersovertreding in 1991.
De rechtbank oordeelde dat de richtlijn die een afwijzing voorschrijft bij een onherroepelijke strafvonnis met een boete van meer dan 1.000 gulden niet doorslaggevend is en dat gezien de aard van het delict en het ontbreken van recidive geen gevaar voor de openbare orde kon worden aangenomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit.
De Staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de richtlijnen uit de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap in beginsel als uitgangspunt mogen dienen, maar dat afwijking mogelijk is bij bijzondere omstandigheden. In dit geval waren er geen zodanige bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat de afwijzing van het naturalisatieverzoek op basis van de richtlijnen en het strafrechtelijk verleden van bezwaarde niet onredelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 2 februari 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van bezwaarde tegen de afwijzing van zijn naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing blijft in stand.