Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2017, opgelegd door de inspecteur. De inspecteur baseerde de aanslagen op een nieuw feit, namelijk een door belanghebbende aan de bank verstrekte aangifte die afweek van de eerder ingediende aangifte. De rechtbank heeft de beroepen op 29 december 2025 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht navorderingsaanslagen heeft opgelegd omdat sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. De inspecteur heeft de winst uit onderneming redelijk geschat op basis van de aan de bank verstrekte aangifte, die niet als conceptaangifte kan worden aangemerkt. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de aanslagen onjuist zijn.
Daarnaast zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel en gelijkheidsbeginsel, niet geschonden. Ook is het inzagerecht niet geschonden. De belastingrente is eveneens terecht in rekening gebracht. De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de navorderingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen in stand blijven.