Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 467,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op een locatie in Breda op 10 september 2023. Betrokkene stelde dat hij niet de bestuurder was en dat de boete onterecht was, mede vanwege onduidelijke bebording en een overschreden redelijke termijn. De officier van justitie handhaafde de boete.
De rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en het schouwrapport. De boete is terecht opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder, die bekend was met de regels. Wel is de redelijke termijn van behandeling overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
Daarnaast is de proceskostenvergoeding toegekend voor de werkzaamheden in de kantonrechterfase, waarbij rekening is gehouden met eerdere gemachtigde en de toepasselijkheid van de vermenigvuldigingsfactor. De officier van justitie wordt veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheid en tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.