3.8De kantonrechter zal de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 708,63 (= 1,5 x € 666 x 0,5 x 0,25 + 1 x € 934 x 0,5 x 0,25 + 1 x € 934 x 0,5).
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt de bestreden beslissing en de inleidende beschikking;
-bepaalt dat wat betrokkene aan zekerheid heeft gesteld, door de officier van justitie wordt gerestitueerd;
-veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene, begroot op
€ 708,63.
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op:
zaakgegevens 11424179 \ BR VERZ 24-3329 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 260813062 / 018XT2
herstelbeslissingvan de kantonrechter van de uitspraak van 29 april 2026inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
[betrokkene] B.V.
gevestigd te [adres] [vestigingsplaats]
betrokkene
gemachtigde: voorheen mr. M.J.M. Bergers (Boete.nu)
thans: mr. D. Wijsman, advocaat te Utrecht
In het dictum van de uitspraak van 29 april 2026 is het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaard en het sanctiebedrag gematigd tot € 285. Uit de overwegingen blijkt echter dat de kantonrechter tot vernietiging van de beschikking komt.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat in de uitspraak van 29 april 2026 sprake is van een kennelijke fout. Als gevolg daarvan is ook de toegekende proceskostenvergoeding fout. Die fouten lenen zich voor eenvoudig herstel.
De kantonrechter zal de schriftelijke weergave van de uitspraak dan ook in overeenstemming brengen met de uitgesproken beslissing als volgt.
A. Er wordt duidelijkheidshalve een overweging toegevoegd: