ECLI:NL:RBZWB:2026:5323
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende deed aangifte voor BPM op twee auto's, een BMW X5 M50d en een Audi Q3, en betaalde respectievelijk €7.187 en €12.677. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van in totaal €5.495 en belastingrente van €45, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is, maar voor de BMW te hoog is vastgesteld. De rechtbank stelt de verschuldigde BPM voor de BMW vast op €10.544, vermindert de naheffing tot €3.357 en handhaaft de naheffing voor de Audi.
Belanghebbende voerde aan dat de taxatiemethode toegepast moest worden vanwege meer dan normale gebruiksschade, maar de rechtbank acht dit niet aannemelijk gelet op de taxatierapporten, foto's en het ontbreken van schade door DRZ. De rechtbank gaat uit van normale gebruikssporen. Voor de BMW wordt de koerslijstmethode toegepast, waarbij de rechtbank de koerslijst van DRZ volgt en de historische nieuwprijs verhoogt conform een arrest van de Hoge Raad.
Daarnaast kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer tien maanden. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 17 juni 2026.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €5.109 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens termijnoverschrijding.