ECLI:NL:RBZWB:2026:4070

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
11938043 AZ VERZ 25-83 (T) en 11939442 AZ VERZ 25-84 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • mr. Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671 BWArt. 7:677 lid 1 BWArt. 7:672 lid 11 BWArt. 7:672 lid 2 onder a BWArt. 7:686a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet chauffeur niet rechtsgeldig; toekenning vergoedingen en bewijsopdracht over overuren

In deze zaak staat het ontslag op staande voet van een chauffeur centraal. De werknemer, sinds 2019 in dienst bij Van Mossel, werd op 26 augustus 2025 ontslagen wegens vermeende onjuiste urenregistratie. De werkgever stelde dat de werknemer meer uren had gedeclareerd dan daadwerkelijk gewerkt, onder meer door onverklaarbare stops en onjuiste pauzetijden. De werknemer betwistte dit en berustte in het ontslag, maar vorderde diverse vergoedingen en terugbetalingen.

De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was, omdat niet was komen vast te staan dat de werknemer bewust onjuiste uren had geregistreerd. Er bestond bovendien onduidelijkheid over de wijze van urenregistratie binnen het bedrijf, zoals blijkt uit een e-mail van 4 augustus 2025, die pas na de ingediende declaratie werd verzonden. Van Mossel had een minder ingrijpende maatregel moeten nemen.

De rechtbank kende de werknemer een billijke vergoeding van €5.000, een gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van €6.520,82, en een transitievergoeding van €7.012,20 toe, inclusief wettelijke rente. Daarnaast moet Van Mossel een ingehouden bedrag van €3.961,40 netto terugbetalen. Over de ingehouden overuren van €2.099,51 bruto wordt een bewijsopdracht aan Van Mossel gegeven om aan te tonen dat er geen rechtsgrond is voor betaling van die uren. De verzoeken van Van Mossel worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; werknemer krijgt vergoedingen toegekend en bewijsopdracht over ingehouden overuren.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11938043 \ AZ VERZ 25-83 en 11939442 AZ VERZ 25-84
Beschikking van 2 april 2026
in de zaak van
[werknemer],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
VAN MOSSEL SHARED SERVICES B.V.,
te Waalwijk ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Van Mossel ,
gemachtigde: mr. N. Mauer, tijdens de mondelinge behandeling waargenomen door
mr. A.M.P.J.H. Sauvé.

1.De zaak in het kort

1.1.
In deze zaak gaat het om een door Van Mossel gegeven ontslag op staande voet aan [werknemer] . [werknemer] is het daar niet mee eens, maar berust in het ontslag op staande voet, zodat niet meer op het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag beslist hoeft te worden. [werknemer] verzoekt thans nog om toekenning van een billijke vergoeding van € 110.941,51 bruto. Ook vraagt [werknemer] om terugbetaling van een ingehouden bedrag van € 2.099,51 bruto aan overwerk en terugbetaling van de ingehouden gefixeerde schadevergoeding van € 3.961,40 netto. [werknemer] verzoekt tevens om betaling van de gefixeerde schadevergoeding van € 4.024,27 bruto waar hij recht op heeft en een transtievergoeding van € 9.072,74 bruto, de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.075,99 en verstrekking van een deugdelijke netto/bruto specificatie, op straffe van een dwangsom. Van Mossel is het niet eens met deze verzoeken en wil dat de verzoeken worden afgewezen. Van Mossel heeft daarnaast een verzoek ingediend waarin zij vraagt om verklaring voor recht dat [werknemer] terecht door Van Mossel is ontslagen en dat [werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld. Ook vraagt Van Mossel een gefixeerde schadevergoeding van € 2.300,41, kosten van juridisch advies ter hoogte van € 1.265,87 en buitengerechtelijke kosten van € 481,33.
1.2.
De kantonrechter wijst de verzoeken van [werknemer] deels toe. Voor het verzoek met betrekking tot terugbetaling van de ingehouden uren aan overwerk geeft de kantonrechter een bewijsopdracht aan Van Mossel . De verzoeken van Van Mossel worden afgewezen. De kantonrechter zal hierna toelichten waarom dat zo is.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
In de verzoek van [werknemer] (11938043 \ AZ VERZ 25-83)
- het verzoekschrift van [werknemer] met producties
- het verweerschrift van Van Mossel met producties
- de aanvullende productie van [werknemer] van 11 februari 2026
- de aanvullende productie van Van Mossel van 13 februari 2026
In het verzoek van Van Mossel (11937442 AZ VERZ 25-84)
- het verzoekschrift van Van Mossel met producties
- het verweerschrift van [werknemer] met producties
- de aanvullende productie van Van Mossel van 13 februari 2026
In beide verzoeken
- de mondelinge behandeling van 19 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de door [werknemer] en Van Mossel tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen
- de mededeling van beide partijen op de zitting dat alle stukken die in de zelfstandige zaak van [werknemer] tegen Van Mossel (zaaknummer 11938043 \ AZ VERZ 25-83) zijn overgelegd, ook voor de andere procedure (zaaknummer 11937442 AZ VERZ 25-84) gelden en andersom.
2.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

3.De feiten

3.1.
[werknemer] , geboren [datum] 1973, is sinds 11 november 2019 in dienst bij Van Mossel . De functie van [werknemer] is Chauffeur met een loon van € 3.260,41 bruto per maand bij een arbeidsduur van 36 uur per week.
3.2.
[werknemer] moest de door hem gewerkte uren dagelijks registreren en maandelijks zijn urendeclaratie in een excel-sheet indienen. Op 3 augustus 2025 heeft [werknemer] zijn urendeclaratie van juli 2025 ingeleverd.
3.3.
Op 4 augustus 2025 is door [manager] (Manager Logistiek bij Van Mossel , hierna [manager] ) het volgende e-mailbericht gestuurd:

Overwerk Chauffeurs
Helaas zien wij in de declaraties verschillen ontstaan tussen chauffeurs. Wij willen hier dan ook graag duidelijkheid in bieden en hebben daarom onderstaande afspraken ter verduidelijking op papier gezet. Hierdoor kunnen we de declaraties beter beoordelen en controleren.
Het uitgangspunt van overuren is altijd dat hier opdracht voor moet zijn van de leidinggevende. Wij willen jullie verzoeken om uiterlijk 5 augustus de declaratie van juli in te dienen, wij zullen deze dan ook al via onderstaande afspraken beoordelen.
Starttijd
Je start zodra je je werkdag begint met je chauffeurspas in je tachograaf te stoppen. De starttijd die aangegeven wordt door de tachograaf geldt ten alle tijden als starttijd van de werkdag. De starttijd is per kwartier.
Bijvoorbeeld: je stopt je chauffeurspas om 6:08u in de tachograaf de starttijd is dan 6. 15u.
Pauze
Je bent verplicht om je pauze te houden. Elke dag heb je 30 minuten pauze ingeroosterd staan welke je ook verwacht wordt te nemen. Onder geen enkele uitzondering wordt de pauze als werkuren gedeclareerd. Dit zijn wij en jijzelf verplicht volgens de
arbeidstijdenwet.
Wanneer je ergens pauzeert in de vorm van ergens iets eten, geldt dit als pauzetijd en dus als eigen tijd. Dit geldt ook voor avondeten bij een overnachting.
Tachograaf bijhouden
Je houdt continu je tachograaf bij naar de feitelijke situatie.
  • Rijden: wanneer je aan het rijden bent
  • Ander werk: wanneer je aan het laden en lossen bent
  • Ander werk: wanneer je aan het wachten bent, laat je de tachograaf op ander werk staan maar communiceer je direct met de planning waar je op aan het wachten bent. Wanneer het wachten aan het einde van de werkdag is, communiceer je dit ook direct met de planning en maken jullie samen het besluit om te wachten of de werkdag te beëindigen.
  • Pauze/rust wanneer je pauze neemt
Daarnaast willen wij hierbij benadrukken dat je ten alle tijden je administratie bijvoorbeeld in promatie afrondt voor je weer aanrijdt. Het is onder geen enkele uitzondering toegestaan dit tijdens het rijden te doen.
Eindtijd
Aan het einde van de dag haal je je chauffeurspas uit je tachograaf en meld je je af. De eindtijd van de tachograaf telt als eindtijd van jouw werkdag. Ook de eindtijd is per kwartier. Wanneer er een reden is waarom de eindtijd afwijkt van jouw registratie in
de tachograaf communiceer je die de dag zelf met de planning en geef je dit aan in de opmerkingen bij je urendeclaratie.
Bijvoorbeeld: je meldt je af om 17.10u, de eindtijd is dan 17.00.
Urendeclaratie
Je dient elke maand je urendeclaratie uiterlijk op de 5e van de maand in. De uren worden gecontroleerd conform bovenstaande afspraken. De overuren declareer je volgens onderstaande percentages:
Overuren algemeen
Maandag tot en met vrijdag
Eerste 2 overuren 28,5%
Overige overuren 47%
Je maakt overuren op het moment dat je de wekelijkse arbeidsduur overschrijdt. Wanneer je dus bijvoorbeeld een dag in de week niet de uren volgens het rooster worden gewerkt en een andere dag wel, worden deze dagen met elkaar gecompenseerd.
Bijvoorbeeld: je hebt een rooster van 9 werkuren per dag, op maandag wordt een totaal van 7 uur gewerkt en op dinsdag een totaal van 11 uur. De uren worden dan met elkaar gecompenseerd.
Mochten er vragen of onjuistheden zijn bij de declaratie, worden deze een-op-een met je besproken.”.
3.4.
Op 21 augustus 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [werknemer] , zijn echtgenote [echtgenote] , [operationeel directeur] (Operationeel Directeur bij Van Mossel ; hierna: [operationeel directeur] ) en [project manager] (Project Manager bij Van Mossel : hierna [project manager] ). Van dit gesprek heeft [werknemer] , nadat Van Mossel akkoord had gegeven, een opname gemaakt. Die opname is uitgewerkt in een transcript. Tijdens dit gesprek is, samengevat weergegeven, het schrijven van de pauzes besproken, alsmede de start- en eindtijden van een werkdag en de woonplaats van [werknemer] als standplaats. Ook zijn de stops die [werknemer] heeft gemaakt in juli 2025 besproken. Aan het einde van het gesprek heeft Van Mossel – naar aanleiding van de verklaringen van [werknemer] – te kennen gegeven nader onderzoek te gaan doen naar zijn verklaringen. Van Mossel zou daarover op 22 augustus 2025 telefonisch contact opnemen met [werknemer] . Op 22 augustus 2025 is gemeld dat er nog nader onderzoek nodig was. De bevindingen van dat nader onderzoek zijn op 25 augustus 2025 telefonisch besproken met [werknemer] .
3.5.
Op 26 augustus 2025 is [werknemer] per brief op staande voet ontslagen. Daarin valt onder meer te lezen:
(…)

Ontslag op staande voet
Voor ons staat vast dat jij één of meer meerdere keren meer uren hebt gedeclareerd dan dat
jij hebt gewerkt. In de bijlage tref jij aan het reeds eerder aan jou voorgehouden overzicht
over de maand juli jl. waarin de door jou gedeclareerde uren naast de door de tachograaf
geregistreerde uren staan vermeld, inclusief de afwijkingen (*). Daarnaast zijn de stops
weergegeven.
Wij sluiten niet uit dat het daadwerkelijke aantal onterecht gedeclareerde uren nog hoger ligt dan wij nu weten en wij zullen daar nader onderzoek naar doen.
Daarnaast staat voor ons vast dat jij één of meerdere keren in de periode waarin jij werd
geacht te werken voor Van Mossel , niet aan het werk was.”. (…)

4.De verzoeken en de verweren

in het verzoek van [werknemer]
4.1.
berust in het ontslag op staande voet, zodat op het primaire verzoek om vernietiging van het ontslag niet hoeft te worden beslist. [werknemer] verzoekt thans nog de kantonrechter om een billijke vergoeding toe te kennen en om Van Mossel te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding. Ook verzoekt [werknemer] om terugbetaling van de ingehouden overuren en de onterecht ingehouden gefixeerde schadevergoeding. Volgens [werknemer] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en stelt daarover het volgende. [werknemer] heeft niet te veel (over)uren gedeclareerd. Hij vult zijn urendeclaraties sinds 2019 op dezelfde wijze in op een excel-sheet, welke vervolgens werden gecontroleerd door [manager] . Deze declaraties zijn altijd goedgekeurd en [werknemer] is nooit aangesproken dat de urendeclaraties niet goed zouden zijn ingevuld. Het kan zijn dat hij een keer een fout heeft gemaakt met het invullen, maar dat is niet bewust gedaan. Volgens [werknemer] is hem bij aanvang van zijn dienstverband verteld dat alleen de begin- en eindtijd van de werkdag ingevuld moest worden, zodat hij dat ook heeft gedaan. Wanneer een chauffeur tijdens een werkdag korter dan 9 uur had gewerkt, mocht dit worden aangevuld tot 9 uur, omdat het voor rekening en risico van Van Mossel kwam als er niet voldoende werkzaamheden waren voor die dag. Pauzes moesten worden geschreven, maar als die niet genoten waren, dan mocht die pauze(s) bij het aantal werkuren worden opgeteld. Tijdens stops die [werknemer] maakte, verrichte hij werkgerelateerde zaken, zoals het verzetten van de lading, contact met klanten, het uitzetten van routes, het schoonmaken en poetsen van de vrachtwagen en banden nalopen. Ook mocht [werknemer] , zoals met [manager] was afgesproken, met de vrachtwagen of een bedrijfswagen, een Renault Kangoo, naar zijn woonplaats in [plaats 1] rijden en die tijd als werktijd schrijven.
4.2.
Van Mossel voert verweer en stelt dat det verzoeken van [werknemer] moeten worden afgewezen. Volgens haar is het ontslag rechtsgeldig gegeven. Eind juli 2025 heeft Van Mossel geconstateerd dat er hoge kosten binnen het bedrijf waren, terwijl hun eigen vloot minder werd. Omdat dit verschillende oorzaken kon hebben, is Van Mossel een onderzoek gestart. Daar kwam uit naar voren dat chauffeurs op verschillende manieren hun uren declareerde. Naar aanleiding daarvan is de mail van 4 augustus 2025 opgesteld en is beschreven hoe de uren gedeclareerd moeten worden. Dit is volgens Van Mossel geen nieuw beleid, maar een bevestiging van het beleid dat binnen Van Mossel geldt ten aanzien van de urendeclaratie. In de mail van 4 augustus 2025 is opgenomen dat de urendeclaratie over de maand juli 2025 zou gecontroleerd worden. Uit onderzoek bleek dat [werknemer] te veel (over)uren had gedeclareerd. Aan de hand van de tachograafgegevens bleek namelijk dat [werknemer] onterecht uren schrijft. Hij maakte veelvuldig lange overklaarbare stops, telt de pauzes op bij de gewerkte uren, hij schrijft eerdere c.q. latere begin- en eindtijden op van een werkdag dan hij daadwerkelijk heeft gewerkt. Bovendien had zijn woonplaats [plaats 1] alleen als standplaats te gelden als [werknemer] met de vrachtwagen naar [plaats 1] reed, en andersom. Als hij met de bedrijfswagen, een Renault Kangoo reed, had zijn woonplaats niet als standplaats te gelden.
in het verzoek van Van Mossel
4.3.
Van Mossel verzoekt een verklaring voor recht dat [werknemer] per 26 augustus 2025 terecht door Van Mossel op staande voet is ontslagen. Ook verzoekt Van Mossel een verklaring voor recht dat [werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld tegen Van Mossel door zich te gedragen zoals omschreven in de ontslagbrief van 26 augustus 2025, en daar vervolgens niet de gehele waarheid over te vertellen tegen Van Mossel . Daarnaast verzoekt Van Mossel [werknemer] te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, tot betaling van de kosten voor juridisch advies, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
4.4.
[werknemer] voert verweer tegen de verzochte verklaringen voor recht en de vergoedingen. Hij betwist dat er sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet.

5.De beoordeling van de verzoeken

het verzoek van [werknemer]
5.1.
berust in het gegeven ontslag. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd met ingang van 26 augustus 2025. Wel is [werknemer] van mening dat het ontslag onterecht is gegeven. Daarom maakt [werknemer] aanspraak op een aantal vergoedingen. Om te kunnen beoordelen of de verzoeken van [werknemer] kunnen worden toegewezen, moet eerst beoordeeld worden of Van Mossel rechtsgeldig tot ontslag op staande voet kon overgaan.
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig
5.2.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet het volgende voorop. Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. [1] De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang. [2] Daarbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden. Verder zijn onder meer van belang de aard en de duur van de dienstbetrekking, het functioneren van de werknemer, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet heeft. Voorop staat dat een ontslag op staande voet een ultimum remedium is. Gelet op de verstrekkende gevolgen van zo’n ontslag voor de werknemer mag dit alleen bij uitzondering worden gegeven.
5.3.
Naar het oordeel van de kantonrechter staat niet vast dat [werknemer] wist dat hij zijn uren niet goed registreerde. Van Mossel stelt dat zij eerder controles van de urendeclaraties heeft uitgevoerd en dat [werknemer] toen er op is aangesproken dat hij zijn uren niet goed had geregistreerd. Dit wordt door [werknemer] betwist en hiervan is ook niet gebleken. Van Mossel weet namelijk niet meer wanneer zij [werknemer] hier op heeft aangesproken en zij heeft hier ook niets van op papier gezet. Van Mossel heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet (voldoende) inzichtelijk gemaakt dat zij [werknemer] eerder heeft aangesproken dat hij zijn uren niet goed zou registreren voor wat betreft de start- en eindtijd van zijn werkdag, dat zijn woonplaats - zoals Van Mossel stelt - alleen als standplaats heeft te gelden als hij met de vrachtwagen naar zijn woonplaats [plaats 1] rijdt of andersom, dat hij zijn pauzetijden niet juist zou registreren of dat naar de reden van de lange stops is gevraagd. Uit de e-mail van 4 augustus 2025 blijkt dat er ook volgens Van Mossel kennelijk onduidelijkheid was over, kort gezegd, de wijze van registreren van de werktijden door de chauffeurs, waaronder [werknemer] . Die onduidelijkheid is, voor zover is gebleken, pas weggenomen door de e-mail van 4 augustus 2025. Op dat moment had [werknemer] zijn urendeclaratie van juli 2025 al ingediend voordat hij die mail had ontvangen en is hij niet expliciet in de gelegenheid gesteld om die declaratie aan te passen naar de wijze zoals in die mail is genoemd. Onder deze omstandigheden acht de kantonrechter het ontslag op staande voet een te zwaar middel en had Van Mossel met een minder vergaande maatregel kunnen volstaan.
5.4.
Daarbij komt dat niet alleen bij [werknemer] onduidelijkheid bestond over de wijze van registreren van uren, maar ook bij andere chauffeurs binnen Van Mossel bestond er onduidelijkheid, zodat ook dit ertoe leidt dat een ontslag op staande voet een te zwaar middel is. Dat er onduidelijkheid bestond volgt naar het oordeel van de kantonrechter uit de mail van 4 augustus 2025. Hierin staat namelijk vermeld: “
Helaas zien wij in de declaraties verschillen ontstaan tussen chauffeurs. Wij willen hier dan ook graag duidelijkheid in bieden en hebben daarom onderstaande afspraken ter verduidelijking op papier gezet”. Ook is de onduidelijkheid over de urenregistratie in het gesprek tussen [werknemer] en Van Mossel een aantal keer bevestigd. Dit volgt onder meer uit minuut 17.17 van het transcript: “
[operationeel directeur] : ehm 4 augustus inderdaad met, goh hierbij nog wat opheldering. Dit is hoe je hoort te declareren, daarbij ook de mededeling gedaan, wij gaan de uren van juli, gaan wij controleren aan de hand van deze regels, met de insteek van nou weet je, we verwachten wel dat er misschien nog wel wat extra tekst en uitleg nodig is, ehm er zullen vast nog wel dingen niet goed staan ehm en dan met elkaar in gesprek te gaan van he, luister dit valt ons op, Dat moeten we dus corrigeren en de volgende keer graag anders doen.” en uit minuut 30.33 van het transcript: “
[operationeel directeur] ; Nou ik weet, het enige wat ik weet en dat is de hele reden waarom we de brief eruit hebben gedaan, dat er heel veel miscommunicatie was over wat de afspraken nou moeten zijn”. De onduidelijkheid over de registratie van uren wordt nogmaals bevestigd in minuut 30.42: “
[operationeel directeur] : En dat hebben we op willen helderen met de brief, daar hebben we in de coulance gedaan nou weet je luister, we gaan de uren van juli op deze manier controleren, weet dat houdt er rekening mee, ehmm, we kunnen namelijk onszelf voorstellen he, dat het echt niet meteen de schoonheidsprijs gaat winnen, dat er nog steeds dingen zijn die niet helemaal helder zijn, die we nog een keer in een gesprek moeten toelichten, allemaal prima. Maar ik kan hem hier niet verklaren en ik kan me ook niet voorstellen dat [naam] eh zegt, maar we zullen dat bij [naam] verifiëren, van goh als je wel pauze hebt gehad, schrijf je hem niet op. Kan me wel heel goed voorstellen dat [naam] zegt, he als je geen pauze hebt genoten, dan moet je hem ook niet opschrijven.”. Ook valt in het transcript te lezen bij minuut 43.21: “
[operationeel directeur] : Dus, nee maar ik bedoel dat is duidelijk genoeg om start en eindtijden te kunnen bepalen eh, en het is aan ons om dan vervolgens in goed werkgeverschap en goed werknemer schap met elkaardaar
de juiste afspraken over te maken, dat er geen discussie meer zijn over hoe lang jij dan stil mag staan om een auto te poetsen bij wijze van spreken of wat jij aan administratieve load hebt en hoe we dat in moeten delen.”
5.5.
Verder kan het naar het oordeel van de kantonrechter best zo zijn dat [werknemer] meer uren heeft geschreven dan hij feitelijk heeft gewerkt, maar niet is komen vast te staan dat [werknemer] dit opzettelijk heeft gedaan. [werknemer] heeft namelijk onweersproken gesteld dat hij sinds zijn indiensttreding in 2019 zijn urenregistratie altijd op dezelfde wijze heeft ingevuld en dat deze wijze altijd is goedgekeurd. Nu – zoals hiervoor overwogen –niet vast is komen te staan dat [werknemer] eerder is aangesproken op het onjuist registreren van zijn uren en gelet op de mededeling van Van Mossel tijdens het gesprek op 21 augustus 2025 dat er afspraken zouden worden gemaakt zodat er geen discussie meer was hoelang [werknemer] stil zou mocht staan, mocht [werknemer] naar het oordeel van de kantonrechter begrijpen dat hij niet met de zware sanctie van ontslag op staande voet rekening hoefde te houden. Bovendien had Van Mossel voor een minder ingrijpende maatregel moeten kiezen nu een concrete waarschuwing ontbreekt.
5.6.
Het voorgaande leidt ertoe dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, zodat Van Mossel de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW Pro.
gefixeerde schadevergoeding
5.7.
De door [werknemer] verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging [3] zal worden toegewezen. Zoals hiervoor overwogen heeft Van Mossel geen rechtsgeldig ontslag op staande voet gegeven en heeft Van Mossel aldus opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. [4] Omdat [werknemer] ruim 5 jaar in dienst is geweest, geldt voor Van Mossel een opzegtermijn van 2 maanden [5] , in plaats van de door [werknemer] genoemde 1 maand. De arbeidsovereenkomst had dus op 26 augustus 2025 regelmatig opgezegd kunnen worden tegen 1 november 2025. De vergoeding bedraagt dan ook € 6.520,82. Omdat [werknemer] berust in de opzegging wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 26 augustus 2025. Dit is de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. [6]
5.8.
Van Mossel heeft op het salaris van [werknemer] een bedrag van € 3.961,40 netto ingehouden, aangezien [werknemer] haar een dringende reden zou hebben gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, heeft Van Mossel voormeld bedrag onterecht ingehouden. Van Mossel zal dan ook worden veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag van € 3.961,40 netto. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen, te rekenen vanaf de datum waarop dit bedrag is ingehouden. Uit de loonstrook van augustus 2025 blijkt dat die is opgemaakt op 26 september 2025, dus vanaf 26 september 2025
.
5.9.
De verzochte wettelijke verhoging [7] over deze vergoedingen komt echter niet voor toewijzing in aanmerking. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging is immers geen loon en om die reden is Van Mossel daarover geen wettelijke verhoging verschuldigd.
transitievergoeding
5.10.
[werknemer] heeft ook verzocht om Van Mossel te veroordelen een transitievergoeding te betalen van € 9.072,74 bruto. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Niet is gebleken dat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, omdat niet is komen vast te staan dat [werknemer] wist dat hij zijn uren onjuist heeft geregistreerd en ook niet opzettelijk heeft gehandeld. Van Mossel is dan ook de transitievergoeding verschuldigd. [8]
5.11.
Partijen verschillen van mening over de hoogte van de transitievergoeding. De transitievergoeding dient te worden berekend aan de hand van het maandsalaris en de vakantiebijslag [9] . Uit de uitspaak van de Hoge Raad [10] volgt dat in de situatie waarin de werkgever de opzegtermijn ten onrechte niet in acht heeft genomen – waarvan in onderhavig geval sprake is – de hoogte van de transitievergoeding moet worden bepaald met inachtneming van die opzegtermijn. De arbeidsovereenkomst tussen Van Mossel en [werknemer] zou bij een regelmatige opzegging, waarbij rekening zou moeten worden gehouden met een opzegtermijn van 2 maanden [11] , zijn geëindigd op 31 oktober 2025. De kantonrechter komt met inachtneming van het bovenstaande op een bedrag van € 7.012,20. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd [12] (de datum van berusting), dus vanaf 26 september 2025. De verzochte wettelijke verhoging komt ook nu niet voor toewijzing in aanmerking. De transitievergoeding is namelijk geen loon en om die reden is Van Mossel daarover geen wettelijke verhoging verschuldigd.
billijke vergoeding
5.12.
Het verzoek van [werknemer] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. [13] Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. [14]
5.13.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [15] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Daarbij kan rekening worden gehouden met inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de arbeidsovereenkomst op een later moment zou zijn geëindigd, met eventueel ander werk dat de werknemer inmiddels heeft gevonden, en met de inkomsten die hij daaruit dan geniet, en met de (andere) inkomsten die de werknemer in redelijkheid in de toekomst kan verwerven, zoals bijvoorbeeld een mogelijke WW-uitkering. [16] De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
5.14.
De kantonrechter zal bij de hoogte van de billijke vergoeding ook met de volgende omstandigheden rekening houden. Niet gesteld of gebleken is dat er tijdens het dienstverband van [werknemer] op- of aanmerkingen op zijn functioneren zijn gemaakt door Van Mossel . Evenmin heeft hij op- of aanmerkingen gehad op de door hem ingediende urenlijsten. Ook zal bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening houden met het feit dat [werknemer] , zoals onweersproken door Van Mossel gesteld, een werkloosheidsuitkering heeft ontvangen en dat hij sinds 4 februari 2026 een andere baan heeft, zodat de nadelen voor [werknemer] beperkt zijn gebleven.
5.15.
Rekening houdend met voornoemde omstandigheden en omdat aan [werknemer] een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegekend, zal de billijke vergoeding worden bepaald op een bedrag van € 5.000,00 bruto. Het ernstig verwijtbaar handelen van Van Mossel wordt daarmee voldoende gecompenseerd. Nu Van Mossel geen bezwaar heeft gemaakt tegen de termijn van betaling van de billijke vergoeding, zal die worden toegewezen zoals verzocht. De gevorderde wettelijke rente over deze vergoeding wordt toegewezen, te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking.
verzoek tot terugbetaling van ingehouden bedragen aan “overwerk”
5.16.
Op de salarisstrook van augustus 2025 heeft Van Mossel een bedrag van € 2.099,51 bruto aan overwerk ingehouden. Dit bedrag bestaat uit € 1.208,54 bruto aan overwerk tegen een vergoeding van 128,50% en een bedrag van € 80,97 bruto aan overwerk tegen een vergoeding van 147%. [werknemer] stelt dat het bedrag onterecht is ingehouden, omdat de gedeclareerde uren aan overwerk juist zijn. Volgens Van Mossel heeft [werknemer] die uren onterecht gedeclareerd. Het betreffen uren met betrekking tot onverklaarbare stops die [werknemer] maakt, pauzes die niet door [werknemer] worden geschreven en bij de werkdag worden opgeteld, en uren met betrekking tot de reistijd tussen [plaats 2] en [plaats 1] en andersom. Omdat Van Mossel die overuren heeft uitbetaald is er volgens haar een terugbetalingsverplichting van [werknemer] ontstaan, zodat zij die reeds uitbetaalde uren heeft ingehouden op de salarisstrook van augustus 2025.
5.17.
Voor wat betreft de stops stelt [werknemer] dat hij tijdens die stops werkgerelateerde werkzaamheden verricht. De uren die hier betrekking op hebben zijn dan ook correct volgens hem. Volgens Van Mossel maakt [werknemer] onverklaarbare stops tijdens werktijd en volgt dit uit de gegevens van de tachograaf en het GPS-buddysysteem. Ter zitting heeft Van Mossel als voorbeeld uit productie 1 van haar verweerschrift een aantal stops op 1 juli 2025 toegelicht. Uit de tachograafgegevens volgt dat de vrachtwagen van [werknemer] om 13.48 uur stilstaat, om 14.03 uur één minuut rijdt, dan weer stilstaat en om 14.08 uur weer voor één minuut gaat rijden, en vervolgens om 14.09 uur weer stilstaat, om 14.27 uur wederom voor één minuut gaat rijden en dan om 14.28 uur weer stilstaat. Volgens het GPS-buddysysteem was dit op een parkeerplaats op de A50 en zijn dit onverklaarbare stops, aldus van Mossel . Ook het feit dat er stops zijn die niet bij klanten of laad- of losplaatsen waren, maar veelal bij tankstations of parkeerplaatsen, er geen reden bestond om de lading te verplaatsen, de vrachtwagen schoon te maken of andere werkgerelateerde handelingen noodzakelijk waren maakt volgens Van Mossel dat [werknemer] die stops onterecht als werktijd heeft geregistreerd. Zodoende had [werknemer] geen recht op uitbetaling van deze overuren.
5.18.
Met betrekking tot de stelling van [werknemer] dat hij met [manager] een afspraak zou hebben dat de rit van [plaats 2] naar [plaats 1] altijd onder werktijd viel voert Van Mossel het volgende aan. Ondanks dat in minuut 21.38 van het transcript [project manager] meldt dat de starttijden redelijk overeenkomen en in minuut 24.57 door [operationeel directeur] wordt erkend dat de afspraak is dat de standplaats van [werknemer] zijn woonplaats [plaats 1] is, is dit volgens Van Mossel niet juist. Van Mossel stelt dat [werknemer] alleen [plaats 1] als standplaats had op de dagen dat hij met de (geladen) vrachtwagen naar huis reed. De dag erop kon [werknemer] zijn werkdag dan vanaf [plaats 1] starten. Deze situatie valt naar de mening van Van Mossel onder werktijd. Als de vrachtwagen voor [werknemer] niet beschikbaar was, reed hij met een Renault Kangoo naar [plaats 1] en de volgende werkdag met de Renault Kangoo naar de standplaats [plaats 2] . Dat was volgens Van Mossel tijd die onder eigen tijd viel en [werknemer] heeft daarom geen recht op uitbetaling van deze uren.
5.19.
Voor wat betreft de pauzetijden stelt [werknemer] dat pauzes moesten worden geschreven, behalve als die niet genoten waren. In dat geval mocht de pauze bij het aantal werkuren worden opgeteld. Dit deed [werknemer] ook, omdat hij geen pauze hield, zodat ook deze uren door hem terecht zijn geschreven. Van Mossel stelt dat een chauffeur wettelijk verplicht is pauze te nemen en deze te registreren in verband met de Arbeidstijdenwet. De pauze moet aan het einde van de dag van de gewerkte uren worden afgehaald. Omdat [werknemer] dit niet heeft gedaan stelt van Mossel dat [werknemer] ook in deze situatie geen recht heeft op uitbetaling van die uren.
5.20.
Voor wat betreft de stelling van [werknemer] dat hij zijn uren mocht aanvullen tot negen uur als er niet genoeg werkzaamheden waren op die dag stelt Van Mossel dat er pas sprake is van overuren als een chauffeur de wekelijkse arbeidsduur overschrijdt, en niet per dag. Omdat [werknemer] uren heeft aangevuld tot negen uur heeft hij naar de mening van Van Mossel over deze uren geen recht op uitbetaling.
5.21.
De vraag is of de ingehouden uren aan overwerk terecht zijn gecorrigeerd zoals Van Mossel dat heeft gedaan en er als gevolg daarvan een terugbetalingsverplichting van [werknemer] is ontstaan. Omdat Van Mossel zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde terugbetalingsverplichting door [werknemer] rust – gelet op het bepaalde in artikel 150 Rv Pro – de bewijslast op haar. Van Mossel moet bewijzen dat er geen rechtsgrond is voor betaling van die uren.
5.22.
De kantonrechter zal de zaak verwijzen naar de rol van 30 april 2026 om [werknemer] de gelegenheid te geven zich uit te laten over de vraag of zij het gevraagde bewijs wenst te leveren, en zo ja op welke wijze.
5.23.
De beslissing met betrekking tot terugbetaling van ingehouden bedragen aan overwerk zal in afwachting van de uitkomst van de bewijsopdracht worden aangehouden.
5.24.
De kantonrechter geeft partijen in overweging dat – mede gezien de hoogte van het ingehouden bedrag - het voorgaande aanleiding kan zijn om alsnog met elkaar in overleg te treden tot een regeling in der minne.
verstrekking van bruto/netto specificatie
5.25.
[werknemer] verzoekt om verstrekking van een schriftelijke deugdelijke netto/bruto specificatie. De kantonrechter zal deze specificatie toewijzen over de toegewezen bedragen. De termijn van het verstrekken van de specificatie zal worden vastgesteld op veertien dagen na de betekening van deze beschikking. Daarbij overweegt de kantonrechter dat Van Mossel , indien deze door de betekening van de beschikking kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot een bedrag van € 100,00 per dag, met een maximum van € 2.500,00 voor elke dag na de betekening van de beschikking dat Van Mossel niet aan voldoet aan de beschikking.
Specificatie met betrekking tot uren aan overwerk, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten
5.26.
De kantonrechter zal de beslissing over de specificatie betrekking tot de uren aan overwerk, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten aanhouden, omdat Van Mossel wordt toegelaten tot bewijslevering. De overige beslissingen zullen worden toegewezen, omdat de uitkomst van de bewijsopdracht hier geen invloed op heeft en bij de vergoedingen de termijnen voor de wettelijke rente gaat lopen.
het verzoek van Van Mossel
5.27.
Volgens Van Mossel is het ontslag terecht gegeven en daarom vraagt zij een verklaring voor recht dat [werknemer] terecht door Van Mossel is ontslagen en een verklaring voor recht dat [werknemer] onrechtmatig heeft gehandeld. Ook maakt Van Mossel aanspraak op een aantal vergoedingen. Omdat in het verzoek van [werknemer] is geoordeeld dat het ontslag op staande voet geen stand houdt zullen de verzoeken van Van Mossel worden afgewezen.
5.28.
De proceskosten komen daarom voor rekening van Van Mossel . De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 721,00, (€ 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek van [werknemer]
6.1.
veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] een billijke vergoeding te betalen van € 5.000,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de veertiende dag na de datum van deze beschikking tot aan de dag van de gehele betaling,
6.2.
veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] de gefixeerde vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 6.520,82, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
6.3.
veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] de ingehouden vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.961,40 netto terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling
6.4.
veroordeelt Van Mossel om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 7.012,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling,
6.5.
veroordeelt Van Mossel een bruto/netto specificatie te verstrekken aan [werknemer] met betrekking tot de billijke vergoeding, de betaling en de terugbetaling van de ingehouden gefixeerde schadevergoeding en de transitievergoeding binnen veertien dagen na betekening van de beschikking op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 2.500,00, voor elke dag na betekening van de beschikking als Van Mossel niet voldoet aan de beschikking;
6.6.
verklaart deze beschikking voor wat betreft de onder 6.1, 6.2, 6.3, 6.4 en 6.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad [17] ,
Met betrekking tot terugbetaling van ingehouden bedragen aan “overwerk”
6.7.
draagt Van Mossel op te bewijzen dat er geen rechtsgrond is voor betaling van de overuren waar zij een bedrag van € 2.099,51 bruto voor heeft ingehouden op het salaris van [werknemer] ,
6.8.
bepaalt dat Van Mossel uiterlijk 30 april 2026 schriftelijk uitlaat of zij bewijs wil leveren voor het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
6.9.
bepaalt dat, als Van Mossel geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel
bewijsstukkenwil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
6.10.
bepaalt dat, als Van Mossel
getuigenwil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
juni 2026tot en met
september 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
6.11. bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Zander, in het gerechtsgebouw te Breda, Stationslaan 10,
6.12. bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,
6.13. houdt iedere verdere beslissing aan.
op het verzoek van Van Mossel
6.14.
wijst de verzoeken van Van Mossel af,
6.15.
veroordeelt Van Mossel in de proceskosten van € 721,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Van Mossel niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
6.16.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad [18] ,
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:677 lid 1 BW Pro.
2.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2022:860 (
3.Artikel 7:672 lid 11 BW Pro
4.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 7 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2023:1058
5.Artikel 7:672 lid 2 onder Pro a BW
6.Artikel 7:686a lid 1 BW
7.Artikel 7:625 BW Pro
8.Artikel 7:673 BW Pro
9.Artikel 2 en Pro 3 van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn
10.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 17 juli 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2020:1286
11.artikel 7:672 lid 2 onder Pro a BW
12.artikel 7:686a lid 1 BW
13.Artikel 7:681 lid Pro 1, onderdeel a, BW.
15.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2017:1187 (
16.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 6 februari 2026, te vinden op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2026:193
17.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
18.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.