In deze zaak stond het ontslag op staande voet van een executive housekeeper bij Divi Phoenix N.V. centraal, nadat zij een iPad uit het resort had meegenomen zonder eigenaar te zijn of de vinder. Divi stelde dat dit een dringende reden vormde op grond van het Employee Handbook en de arbeidswetgeving van Aruba.
De werkneemster voerde aan dat zij geen diefstal beoogde, dat haar zoon de eigenaar had opgespoord en dat zij een voorbeeldige werkneemster was met een schoon arbeidsverleden. Het hof oordeelde dat het ontslag terecht was omdat het meenemen van de iPad een ernstige overtreding was, ongeacht intentie of terugbezorging.
De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werkneemster, zoals haar leeftijd, dienstjaren en de gevolgen van ontslag, zoals vereist op grond van art. 7A:1615p lid 1 BW Aruba. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van deze factoren.
De Hoge Raad veroordeelde tevens Divi tot betaling van de proceskosten in cassatie. Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij ontslag op staande voet, vooral in vertrouwensfuncties.