Belanghebbende, een V.O.F., deed op 10 mei 2022 aangifte voor de inschrijving van een gebruikte BMW X5 en betaalde daarbij BPM op basis van een taxatierapport dat op 6 mei 2022 was opgesteld, een dag na de RDW-keuring op 5 mei 2022. De inspecteur wees de taxatiemethode af omdat het taxatierapport na het afschrijvingsmoment (de RDW-keuring) was opgesteld en legde een naheffingsaanslag van € 9.954 op.
Belanghebbende voerde aan dat het taxatierapport toch gebruikt mocht worden en stelde dat de uitspraak op bezwaar mogelijk onbevoegd was genomen vanwege een mandaatprobleem. De rechtbank oordeelde dat het mandaatverbod niet was geschonden en dat het taxatierapport niet gebruikt kon worden omdat de fysieke opname na het afschrijvingsmoment plaatsvond, conform artikel 8, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling BPM.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de naheffingsaanslag. Wel kende zij belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 2.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaarprocedure, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor de Staat komt. Daarnaast werden proceskosten toegekend voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding.