Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3228

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
25/5142
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aanslag forensenbelasting op stacaravan in gemeente Baarle-Nassau

Belanghebbende was tot 1 juli 2025 eigenaar van een stacaravan op een kampeer- en chaletpark in de gemeente Baarle-Nassau. De heffingsambtenaar legde op 29 augustus 2025 een aanslag forensenbelasting op voor het jaar 2025, welke het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaarde.

Belanghebbende voerde aan dat hij de stacaravan niet meer dan 90 dagen gebruikte en slechts voor onderhoud en verkoop klaarmaakte. De rechtbank oordeelde dat het beslissend is of de woning bestemd en geschikt is voor duurzame bewoning, ongeacht feitelijk gebruik. Het argument dat de woning in de winter onbewoonbaar was door afgesloten nutsvoorzieningen werd verworpen omdat dit een eigen keuze was en technisch gebruik mogelijk bleef.

De rechtbank concludeerde dat belanghebbende de stacaravan gedurende ten minste 90 dagen als gemeubileerde woning beschikbaar hield en verklaarde het beroep ongegrond. Hierdoor blijft de aanslag in stand en worden griffierecht en proceskosten niet vergoed.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag forensenbelasting 2025 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5142
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 20 april 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende,

en

De heffingsambtenaar van de gemeente Baarle-Nassau, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 1 oktober 2025.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 29 augustus 2025 aan belanghebbende voor het jaar 2025 een aanslag in de forensenbelasting opgelegd ten aanzien van het [adres] .
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de heffingsambtenaar: [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] .

Feiten

2. Belanghebbende was tot 1 juli 2025 eigenaar van een stacaravan op kampeer- en chaletpark ' [naam] ' te [plaats 2] .

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2025 terecht is opgelegd aan belanghebbende. Zij doet dat aan de hand van de argumenten van belanghebbende, de beroepsgronden.
4. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2025 terecht is opgelegd aan belanghebbende. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Motivering

5. De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. In de regelgeving van de gemeente Baarle-Nassau staat dat forensenbelasting wordt geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
5.1.
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat hij in het belastingjaar 2025 niet meer dan 90 dagen gebruik heeft gemaakt van zijn stacaravan op kampeer- en chaletpark de Paddock. Hij heeft de stacaravan slechts gebruikt om onderhoud te plegen en gereed te maken voor verkoop. Verder beroept belanghebbende zich op een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2014. [1]
5.2.
Anders dan betoogd door belanghebbende, is niet relevant op hoeveel dagen hij feitelijk gebruik heeft gemaakt van de stacaravan. Volgens vaste rechtspraak is namelijk beslissend of de stacaravan bestemd en geschikt is om - zij het niet bepaaldelijk in alle jaargetijden - enigszins duurzaam voor menselijke bewoning te dienen, zonder dat acht wordt geslagen op de mate waarin daarvan werkelijk gebruik wordt gemaakt. [2] De uitspraak waar belanghebbende naar verwijst, maakt dit niet anders. Daar ging het namelijk om een vakantiewoning die bestemd was voor verhuur aan derden. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.
5.3.
Het door belanghebbende aangevoerde argument dat de woning in de wintermaanden feitelijk onbewoonbaar was, omdat hij dan uit voorzorg het water, gas en elektriciteit afsloot, leidt evenmin tot een ander oordeel. Het afsluiten van deze nutsvoorzieningen betreft immers een keuze van belanghebbende zelf. Daarbij is van belang dat belanghebbende ter zitting heeft verklaard dat het toegestaan was om de stacaravan ook in de wintermaanden te gebruiken en dat het technisch mogelijk was om de nutsvoorziening op ieder gewenst moment weer aan te sluiten.
5.4.
Ten slotte heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat het plegen van onderhoud en gereedmaken voor verkoop - voor zover dat al relevant zou zijn - meer dan 14 dagen in beslag heeft genomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat belanghebbende de stacaravan (in de eerste helft van het jaar 2025) gedurende ten minste 90 dagen als gemeubileerde woning beschikbaar heeft gehouden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Bedoeld zal zijn de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam 6 maart 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:773.
2.Zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3449 en HR 2 maart 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5609.