Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 8 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
zeer ernstige energetische beperkingenof bij een zeer beperkte beschikbaarheid. Ook bij zeer ernstige energetische beperkingen is het niet de verwachting dat de belastbaarheid snel onder het niveau van 4 uur per dag komt te liggen. Het vaststellen van de duurbelastbaarheid is immers het ‘sluitstuk’ van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling. De verzekeringsarts heeft al vastgesteld dat betrokkene benutbare mogelijkheden heeft en dat hij kan functioneren, rekening houdend met soms forse beperkingen. Wanneer betrokkene naar het oordeel van de verzekeringsarts minder dan 4 uur aaneengesloten belastbaar is behoort de verzekeringsarts eveneens te beoordelen of binnen de 24-uurscyclus een zodanige recuperatie mogelijk is dat betrokkene na recuperatie nog enige tijd aaneen belastbaar is (bijvoorbeeld: 2 uur belastbaar – recuperatieperiode – 2 uur belastbaar).
Uit de rapportage van de primaire verzekeringsarts blijkt verder dat de huisarts weer is gestart met antidepressiva vanwege toegenomen depressieve klachten in september 2021. In 2020/2021 heeft eiseres ook antidepressiva (sertraline) gekregen, naast traumatherapie, wat een positief effect had. De klachten verbeterden waardoor de medicatie werd afgebouwd en gestopt. De verzekeringsarts b&b stelt dan ook dat met het verbeteren van de depressieve klachten eiseres weer in staat zal zijn om 4 uur per dag te werken. De verzekeringsarts b&b merkt verder op dat in het diagnostiekverslag de optie van medicatie voor prikkelgevoeligheid is gegeven om meer ruimte in het hoofd te creëren. Niet is gebleken dat eiseres dat heeft overwogen of geprobeerd. De verzekeringsarts b&b stelt dat niet vaststaat dat eiseres blijvend geen arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Depressie is (goed) behandelbaar en gebleken is dat medicatie een positief effect op eiseres heeft. Daarnaast is voor de prikkelgevoeligheid medicatie mogelijk.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling aan eiseres van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.111,--;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.448,37 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan eiseres van een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 1.389,--;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 113,38.