ECLI:NL:RBZWB:2026:2166
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening Wajonguitkering uit 2012 wegens ontbreken nieuwe feiten of toename beperkingen
Eiseres verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 12 september 2012 waarbij haar aanvraag voor een Wajonguitkering werd afgewezen. Het UWV wees dit verzoek af, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) concludeerde dat de beperkingen en klachten van eiseres, waaronder chronische pijn en psychische problematiek, reeds in 2012 bekend en meegewogen waren. Nieuwe diagnoses zoals gegeneraliseerde angststoornis en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis uit 2013 werden niet als nieuwe feiten beschouwd, omdat deze diagnoses geen aanleiding gaven tot meer beperkingen dan reeds vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd en dat het beroep ongegrond was. Wel werd het bestreden besluit vernietigd wegens een motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, maar het besluit van het UWV om niet terug te komen op de afwijzing van de Wajonguitkering uit 2012 blijft in stand.