Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het fietspad op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 24 februari 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde zonder betrokkene of zijn gemachtigde te horen, wat een schending van de hoorplicht opleverde.
De rechtbank oordeelde dat deze schending van de hoorplicht de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie rechtvaardigt. Inhoudelijk werd vastgesteld dat de boete terecht was opgelegd, omdat de gedraging voldoende was vastgesteld door de verklaring van de verbalisant en de aanwezigheid van deugdelijke bebording.
De rechtbank matigde de boete met 25% vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting, die meer dan twee jaar bedroeg. Tevens werd een proceskostenvergoeding van €467 toegekend voor de kosten in de fase van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag van €37,50 terug te betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard met matiging van de boete en toekenning van proceskostenvergoeding wegens schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.