ECLI:NL:RBZWB:2026:1755
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 10.368 opgelegd door de inspecteur, die de rechtbank heeft beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld, mede omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de handelsinkoopwaarde lager moet zijn dan door de inspecteur vastgesteld.
De rechtbank heeft uitgebreid gekeken naar de taxatiemethode, de afschrijvingspercentages, en de waardevermindering door schade. De door belanghebbende aangevoerde schade en waardevermindering werden niet voldoende onderbouwd, en het ontbreken van Nederlandstalige onderhoudsboeken leidt niet tot een waardevermindering.
Daarnaast heeft belanghebbende een verzoek gedaan tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateert dat de redelijke termijn met ongeveer 16 maanden is overschreden en kent een schadevergoeding toe van € 1.500, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor de Staat komt.
De rechtbank wijst het beroep tegen de naheffingsaanslag af, maar veroordeelt de inspecteur en de Staat tot betaling van de immateriële schadevergoeding en proceskosten. Het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt afgewezen, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.