ECLI:NL:RBZWB:2026:1749
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.893 opgelegd door de inspecteur, die ook belastingrente in rekening bracht. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht moet worden verminderd op basis van een taxatierapport en erkende schade aan de auto. De inspecteur heeft het beroep ongegrond verklaard, maar de rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslag niet volledig juist is vastgesteld.
De rechtbank beoordeelt het vertrouwensbeginsel en concludeert dat dit niet is geschonden, omdat de inspecteur tijdig heeft gehandeld binnen de wettelijke termijn en geen uitlatingen heeft gedaan die vertrouwen wekten dat geen naheffing zou volgen. De taxatiemethode wordt toegepast, waarbij de rechtbank het taxatierapport als bewijs aanvaardt, ondanks dat het niet volledig aan alle formele eisen voldoet.
De rechtbank erkent een waardevermindering van €109 wegens interieurreiniging en ontgeuring, wat de naheffingsaanslag verlaagt tot €4.867. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €469 voor rekening van de inspecteur en €1.031 voor de Staat. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.