ECLI:NL:RBZWB:2026:1587
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag wegens risico voor samenleving bevestigd
Eiser heeft een verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd voor zijn functie als begeleider, maar de staatssecretaris heeft deze geweigerd op grond van eerdere veroordelingen, waaronder een onherroepelijke geldboete en een nog niet onherroepelijke taakstraf wegens valsheid in geschrifte, alsmede strafbare feiten uit 2013 en 2014 buiten de terugkijktermijn.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het risico voor de samenleving te groot is, mede omdat eiser verantwoordelijk is voor de veiligheid van kwetsbare personen en het risico bestaat dat hij zijn functie misbruikt. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris het objectieve en subjectieve criterium uit de beleidsregels VOG correct heeft toegepast en voldoende heeft gemotiveerd.
Eiser voerde aan dat de veroordelingen niet relevant zijn voor zijn functie en dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom strafbare feiten buiten de terugkijktermijn relevant zijn. Deze bezwaren worden verworpen. Ook is geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM Pro, omdat de maatregel proportioneel is en het maatschappelijk belang zwaarder weegt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de VOG blijft staan en eiser geen recht heeft op teruggave van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de VOG.