Werkneemster was werkzaam als machine operator en meldde zich ziek per 3 september 2020. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, maar stelde dat deze niet duurzaam was. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat er sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid, waarop de rechtbank in een eerdere uitspraak het UWV terugwees om nieuwe besluiten te nemen.
Na aanvullend medisch onderzoek en het opvragen van informatie bij behandelaars concludeerde de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) dat er nog behandelmogelijkheden zijn en dat de beperkingen niet duurzaam zijn. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de motivering van het UWV voldoende concreet en toereikend, ondanks het feit dat werkneemster later de behandeling stopzette.
De arbeidsdeskundige stelde geschikte functies vast voor werkneemster, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% werd berekend. Eiseres voerde geen gegronde bezwaren tegen deze functies of berekening aan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding en griffierecht af.