Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaak tussen
de erven van [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Overwegingen
Artikel 7
.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 187,50;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 58,38 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 312,50;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 58,38 aan proceskosten aan belanghebbende.