ECLI:NL:RBZWB:2026:12
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van € 3.808 die de inspecteur had opgelegd na een hertaxatie van een BMW X6-M. De rechtbank heeft het beroep op 25 november 2025 behandeld en beoordeelt of de aanslag terecht en correct is opgelegd.
De kern van het geschil betreft de toepasbaarheid van de herleidingsmethode en de hoogte van de waardevermindering wegens schade. De rechtbank volgt het arrest van de Hoge Raad van 11 juli 2025 en verwerpt het beroep op de herleidingsmethode. Daarnaast acht de rechtbank de door de inspecteur gehanteerde waardevermindering wegens schade aannemelijker dan die van belanghebbende, die onvoldoende onderbouwing heeft geleverd.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met ongeveer zestien maanden is overschreden. De rechtbank kent daarom een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toe, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur komt en een groter deel voor rekening van de Staat. Ook worden proceskosten voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding toegekend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt de naheffingsaanslag en veroordeelt de inspecteur en de Staat tot betaling van de immateriële schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.