ECLI:NL:RBZWB:2026:12
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm)
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 januari 2026, wordt het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 11 juli 2023 beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag van € 3.808 aan Bpm opgelegd, welke door belanghebbende werd betwist. De rechtbank heeft op 25 november 2025 de zaak behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door mr. M.U. Sahin en de inspecteur door twee inspecteurs. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond.
Belanghebbende had op 30 mei 2022 aangifte gedaan voor de registratie van een BMW X6-M en een bedrag aan Bpm voldaan van € 7.259. De inspecteur heeft echter een hertaxatie laten uitvoeren, waaruit bleek dat de verschuldigde Bpm € 11.067 bedraagt. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de naheffingsaanslag terecht heeft gehandhaafd.
Daarnaast heeft belanghebbende verzocht om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn met zestien maanden is overschreden en kent belanghebbende een schadevergoeding van € 1.500 toe, waarvan € 375 voor rekening van de inspecteur en € 1.125 voor rekening van de Staat. De rechtbank wijst het beroep ongegrond, maar kent wel een schadevergoeding toe voor de overschrijding van de redelijke termijn.