AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling sluiting loods wegens voorbereidingshandelingen op productie van harddrugs
De burgemeester sloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet de loods van eiser voor twee maanden vanwege de aanwezigheid van stoffen en apparatuur die gebruikt worden voor de productie van MDMA en XTC-pillen. Eiser voerde aan dat de burgemeester niet bevoegd was, dat de politie onrechtmatig was binnengetreden en dat sluiting niet noodzakelijk of evenredig was.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester zich mocht baseren op de bestuurlijke rapportage, die niet door eiser werd weersproken, en dat de aangetroffen situatie voldoende was om te concluderen dat sprake was van strafbare voorbereidingshandelingen. De burgemeester hoefde niet te bewijzen dat eiser zelf de intentie had om drugs te produceren.
De rechtbank oordeelde dat de sluiting een geschikt en noodzakelijk middel was om de openbare orde te beschermen en dat de duur van twee maanden, korter dan het beleidsmatige zes maanden, evenwichtig was. Eiser kon een verwijt worden gemaakt wegens het ontbreken van toezicht op de onderhuurders. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van de loods voor twee maanden wegens voorbereidingshandelingen voor productie van harddrugs.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1765
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. M. Rafik),
en
De burgemeester van de gemeente Steenbergen, verweerder
(gemachtigde: mr. L.M. Wagemaker).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de sluiting van de loods van eiser voor een periode van twee maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de burgemeester de loods van eiser op goede gronden heeft gesloten.
1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de burgemeester de loods op goede gronden voor twee maanden heeft gesloten. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 6. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
1.3. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
2. Met een besluit van 26 juli 2024 heeft de burgemeester de loods van eiser en het bijbehorende erf gelegen aan [adres 1] in [plaats] (hierna: de loods) voor een periode van twee maanden gesloten. Met het bestreden besluit van 27 januari 2025 op het bezwaar van eiser is de burgemeester bij dat besluit gebleven.
2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de burgemeester, vergezeld door mr. [vertegenwoordiger] .
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser huurt de loods van [persoon] (de eigenaar). Het betreft een vrijstaand bedrijfspand gelegen op het industrieterrein van [plaats] . Vanuit de loods dreef eiser zijn [bedrijf] .
3.1. Op 9 maart 2024 heeft de politie Zeeland-West Brabant een inval gedaan in de loods. In de loods werden verschillende goederen aangetroffen die gebruikt worden voor de productie van XTC (zoals een poedermenger, een elektrische meng/mix-machine en een tabletteermachine), stoffen die worden gebruikt om MDMA dan wel amfetamine te vervaardigen (zoals calciumfosfaat, magnesium stearate en microcrystalline cellulose) en een gripzak met 358 gram netto aan roze gekleurde poeder en pillen, die indicatief positief werden getest op de aanwezigheid van MDMA. Eiser werd op heterdaad aangehouden.
De bestuurlijke rapportage van 20 maart 2024 en een proces-verbaal van bevindingen van de Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) van 8 april 2024 zijn, voor zover hier van belang, opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
3.2. Uit een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 13 mei 2024 volgt dat de aangetroffen 358 gram netto aan roze gekleurde poeder en pillen MDMA bevat en dat de restanten van roze poeder/roze aanslag die werden aangetroffen op de poedermenger, de elektrische meng/mix-machine en de tabletteermachine ook MDMA bevatten.
3.3. Op 4 juni 2024 heeft de burgemeester aan eiser meegedeeld voornemens te zijn de loods te sluiten voor een periode van zes maanden wegens de geconstateerde overtreding van de Opiumwet. Eiser heeft een zienswijze ingediend.
3.4. Met het besluit van 26 juli 2024 (primaire besluit) heeft de burgemeester de sluiting van de loods gelast voor de duur van twee maanden, dat wil zeggen van 3 augustus tot 3 oktober 2024.
De burgemeester heeft daarbij rekening gehouden met het door eiser aangedragen feit dat geen duidelijke aanwijzingen bekend zijn waaruit blijkt dat vanuit het pand werd gehandeld en dat sprake is van tijdsverloop, waardoor sprake is van een verminderde noodzakelijkheid. In afwijking van het voornemen wordt de sluitingstermijn daarom verkort van zes naar twee maanden.
3.5. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
3.6. In een uitspraak van 5 september 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
3.7. De loods is vervolgens gesloten van 13 september 2024 tot 13 november 2024.
3.8. Op 13 november 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden bij de commissie voor de behandeling van de bezwaarschriften (de commissie). De commissie heeft de burgemeester in een advies van diezelfde datum geadviseerd om het bezwaar van eiser ongegrond te verklaren.
3.9. Op 20 december 2024 is eiser door de politierechter van deze rechtbank vrijgesproken van medeplichtigheid aan/bij productie van XTC-pillen door de loods ter beschikking te stellen en het aanwezig hebben van een hoeveelheid MDMA. Er is geen hoger beroep ingesteld.
3.10. Met het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eiser, in navolging van het advies van de commissie, ongegrond verklaard.
Beroepsgronden
4. Eiser stelt dat de burgemeester niet bevoegd was om de loods te sluiten. Daartoe voert eiser aan dat geen sprake is van een overtreding in de zin van artikel 13b van de Opiumwet. Volgens eiser is niet bewezen en ook niet aannemelijk dat in de loods een werkend drugslaboratorium heeft gezeten.
4.1. Ter zitting heeft eiser hieraan toegevoegd dat de burgemeester niet bevoegd was om de loods te sluiten omdat de politie volgens hem niet rechtmatig is binnengetreden in de loods. Gelet daarop dient de bestuurlijke rapportage volgens eiser buiten beschouwing te worden gelaten.
5. Eiser stelt verder dat de burgemeester niet van zijn bevoegdheid tot sluiting gebruik had mogen maken, omdat hem van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt, sluiting niet noodzakelijk is en eiser hierdoor onevenredig in zijn (financiële) belangen wordt getroffen.
Beoordeling door de rechtbank
Procesbelang
6. De rechtbank dient ambtshalve te onderzoeken of eiser procesbelang heeft bij het door hem ingestelde beroep. Eiser heeft in beginsel alleen procesbelang als hij het resultaat dat hij met het instellen van beroep nastreeft, daadwerkelijk kan bereiken en het realiseren van dat resultaat voor eiser feitelijk betekenis kan hebben. In dit geval is de last onder bestuursdwang inmiddels uitgewerkt en kan de loods weer betreden worden. Feitelijke betreding is overigens niet meer mogelijk, nu het huurcontract ontbonden is. Eiser kan wat hij verlangt, namelijk het tegengaan van de sluiting, niet meer met deze procedure bereiken.
6.1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) kan belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep bestaan als wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming. Wel wordt dan vereist dat door de betrokkene tot op zekere hoogte aannemelijk is gemaakt dat deze schade daadwerkelijk is geleden als gevolg van het bestreden besluit. [1]
6.2. Eiser heeft onweersproken gesteld dat hij zijn bedrijf niet heeft kunnen uitoefenen gedurende de twee maanden dat de loods gesloten is geweest en dat hij als gevolg daarvan schade heeft geleden. De rechtbank acht dat voldoende om een procesbelang aan te nemen.
Overtreder
7. Eiser heeft aangevoerd dat hij door de strafrechter is vrijgesproken van medeplichtigheid aan/bij productie van XTC-pillen door de loods ter beschikking te stellen en het aanwezig hebben van een hoeveelheid MDMA. De rechtbank houdt het ervoor dat eiser hiermee bedoelt dat hij niet kan worden aangemerkt als overtreder.
7.1. Anders dan eiser heeft aangevoerd, is voor de bevoegdheid tot sluiting van een pand niet bepalend of eiser, als huurder en gebruiker van de loods, zelf de overtreder is. Een beslissing op grond van artikel 13b van de Opiumwet is gericht op het pand en niet op een persoon of personen. De sluitingsbevoegdheid is dus gekoppeld aan wat in een pand aan aanwezige stoffen en voorwerpen is aangetroffen. [2]
7.2. De vraag of het eiser een verwijt kan worden gemaakt van wat in de loods is aangetroffen, speelt wel een rol bij de vraag of de sluitingsmaatregel evenwichtig is. Daar zal verderop in deze uitspraak op worden ingegaan.
Was de burgemeester bevoegd om tot sluiting over te gaan?
Kan de burgemeester zich baseren op de bestuurlijke rapportage?
8. Eiser heeft ter zitting aangevoerd dat de burgemeester de bestuurlijke rapportage buiten beschouwing had moeten laten omdat het onrechtmatig verkregen bewijs betreft. De politie had volgens eiser namelijk niet mogen binnentreden in de loods, omdat uit het strafrechtelijk dossier blijkt dat de melding naar aanleiding waarvan de politie is binnengetreden niet is “opgeplust”. Naast de melding was volgens eiser ook nog andere, bevestigende informatie vereist. Nu die informatie ontbreekt, was de start van zowel het strafrechtelijke als het bestuursrechtelijke onderzoek onrechtmatig, aldus eiser.
9. De rechtbank volgt eiser niet in dit standpunt. Op grond van vaste rechtspraak van de ABRvS mag de burgemeester in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend proces-verbaal, voor zover deze eigen waarnemingen van de opsteller van het proces-verbaal weergeven. Indien die bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. [3] De rechtbank stelt vast dat de bestuurlijke rapportage de eigen waarnemingen van de opsteller bevat en dat de feitelijk aangetroffen situatie in de loods, zoals die volgt uit de bestuurlijke rapportage, door eiser ook niet is weersproken. Daarnaast geldt dat niet is gebleken dat de strafrechter heeft vastgesteld dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs. De burgemeester mocht zich dus baseren op de inhoud van de bestuurlijke rapportage.
Bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b van de Opiumwet
10. Op grond van vaste rechtspraak van de ABRvS [4] is de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet, gelezen in samenhang met artikel 11a van die wet, bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen als in een woning of lokaal voorwerpen of stoffen voorhanden zijn, die op zichzelf bezien legaal zijn, maar waarvan de betrokkene weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn om in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk in strijd met artikel 3, aanhef en onder b, van de Opiumwet te handelen. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de artikelen 11a en 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet [5] volgt dat de aangetroffen situatie van dien aard moet zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de voorhanden voorwerpen gebruikt zullen worden om strafbare voorbereidingshandelingen te plegen. Dat vereist een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld. Dan gaat het bijvoorbeeld om de ter plekke aangetroffen situatie, de aard en de hoeveelheid van de in beslag genomen stof, de aangetroffen voorwerpen en stoffen in onderlinge combinatie en andere uit het opsporingsonderzoek blijkende feitelijkheden zoals resultaten van tapgesprekken of observaties.
Om bevoegd te zijn op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet is het niet nodig dat alle aangetroffen voorwerpen tegelijk geschikt zijn om een volledige beroeps- of bedrijfsmatige of grootschalig drugslaboratorium op te zetten. Voldoende is dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de betrokkene wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de voorhanden voorwerpen bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig opzetten van een drugslaboratorium. Ook indien slechts een deel van de voorwerpen voorhanden is die nodig zijn om een beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig drugslaboratorium op te zetten, kan de burgemeester bevoegd zijn, mits de voorhanden voorwerpen daartoe bestemd zijn. Zoals ook volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet [6] is van belang of het pand een schakel vormt in de productie of distributie van drugs.
11. Uit de bestuurlijke rapportage, het aanvullende proces-verbaal van de LFO en het rapport van het NFI blijkt dat de politie op 9 maart 2024 in de loods van eiser
onder andere zakken met verschillende bestanddelen – vergezeld van een mixmachine – heeft aangetroffen. Van deze bestanddelen is bekend dat deze worden gebruikt voor het vervaardigen van MDMA, dan wel amfetamine. Daarbij is ook een ritszak MDMA-poeder aangetroffen. Bekend is dat deze (roze) substantie wordt gebruikt voor de vervaardiging van XTC-pillen. Er zijn vervolgens roze poederrestanten aangetroffen op de rotary mixer, waarvan bekend is dat deze gebruikt wordt in het proces voor de vervaardiging van XTC-pillen. Om deze pillen te kunnen vervaardigen, wordt een tabletteermachine gebruikt. Zo’n tabletteermachine is ook aangetroffen. De burgemeester heeft op basis hiervan naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid kunnen oordelen dat eiser wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat de aangetroffen stoffen en goederen bestemd waren voor het beroeps- of bedrijfsmatig of grootschalig produceren van (hard)drugs. Uit het toetsingskader volgt dat de burgemeester niet hoeft vast te stellen dat eiser de (subjectieve) intentie had om met de combinatie van aangetroffen goederen en stoffen harddrugs te vervaardigen. De burgmeester mocht gelet op de combinatie en hoeveelheid van de aangetroffen stoffen en goederen aannemelijk achten dat die bestemd waren voor de productie van en handel in drugs. [7]
12. De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b van de Opiumwet bevoegd was om tot sluiting van de loods over te gaan, nu sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen.
Mocht de burgemeester gebruik maken van zijn bevoegdheid?
13. De burgemeester is niet verplicht de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet te gebruiken. De burgemeester dient een belangenafweging te maken bij zijn beslissing of en op welke wijze hij van die bevoegdheid gebruik maakt. De burgemeester heeft daartoe het Damoclesbeleid [district] (hierna: het Damoclesbeleid) vastgesteld.
14. In het Damoclesbeleid wordt voor lokalen bij harddrugs in beginsel uitgegaan van een sluitingsperiode van zes maanden bij een eerste overtreding en voorbereidingshandelingen. Met de sluiting van de loods van eiser voor de duur van twee maanden is dus ten gunste van eiser afgeweken van dit beleid.
15. Op grond van artikel 4:84 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) handelt het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Op grond van vaste rechtspraak van de ABRvS moet de burgemeester alle omstandigheden van het geval betrekken in zijn beoordeling en bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden moet worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 vanPro de Awb. [8]
16. Bij die beoordeling dient in de eerste plaats aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een lokaal noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij het lokaal en het herstel van de openbare orde. Vervolgens moet worden beoordeeld of sluiting van het lokaal evenredig is. Bij toetsing aan het evenredigheidsbeginsel wordt een onderscheid gemaakt tussen de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid. [9]
Is de sluiting een geschikt middel?
17. Naar het oordeel van de rechtbank is de sluiting van de loods in het algemeen een geschikt middel om de doelen te bereiken die de burgemeester voor ogen heeft, namelijk het tegengaan van drugshandel en verdere overtredingen in of vanuit het pand, het wegnemen van risico’s voor de buurt en het geven van een signaal aan drugscriminelen en de buurt dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. Eiser heeft de geschiktheid van de maatregel an sich ook niet betwist.
18. Dit laat onverlet dat sluiting een zeer ingrijpende maatregel is en dat niet tot sluiting mag worden overgegaan als dat gelet op de omstandigheden niet noodzakelijk en evenwichtig is. In dat geval zou de burgemeester in redelijkheid moeten afwijken van zijn beleid en met een minder ingrijpende maatregel, zoals een last onder dwangsom of een waarschuwing, moeten volstaan.
Is de sluiting noodzakelijk?
19. Eiser heeft aangevoerd dat sluiting van de loods niet (langer) noodzakelijk is. De overtreding is volgens eiser beëindigd door de doorzoeking van de loods en inbeslagname van de aangetroffen stoffen en goederen. Eiser wijst er daarbij op dat niet is gebleken van een loop naar de loods of anderszins verstoring van de openbare orde en dat de loods is gesitueerd op een industrieterrein en niet in een (kwetsbare) woonwijk. Tot slot bestaat volgens eiser geen noodzaak tot sluiting meer gelet op het tijdsverloop.
20. Bij de beoordeling van de noodzaak van een sluiting is de vraag aan de orde of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een pand nodig is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij het pand en het herstel van de openbare orde. Bij de aanwezigheid van een aantal omstandigheden is de noodzaak om tot sluiting over te gaan groter, bijvoorbeeld de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs, een recidivesituatie of de ligging van een lokaal in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk. Voor de beoordeling van de ernst en de omvang van de overtreding is mede van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het lokaal werden verhandeld. Uitgangspunt is dat als in een lokaal een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen aangenomen mag worden dat het lokaal een rol vervult binnen de keten van drugshandel, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd. Met een sluiting wordt de bekendheid van een pand als drugspand weggenomen en wordt de ‘loop’ naar het pand eruit gehaald, waarmee het pand aan het drugscircuit wordt onttrokken. Als blijkt dat de aangetroffen drugs niet in of vanuit het lokaal werden verhandeld, kan echter in mindere mate sprake zijn van een ‘loop’, wat de noodzaak om te sluiten gelet op het beoogde herstelkarakter van de maatregel minder groot kan maken. [10]
21. De rechtbank overweegt dat in de loods stoffen en goederen zijn aangetroffen die gebruikt kunnen worden voor een grootschalig of beroeps- of bedrijfsmatig XTC-laboratorium. Daarnaast werd een handelshoeveelheid MDMA gevonden. De burgemeester kon de loods naar het oordeel van de rechtbank gelet daarop beschouwen als een schakel in de productie van en handel in harddrugs en de situatie aanmerken als een ernstige overtreding die de openbare orde aantast. [11] De burgemeester heeft hierbij kunnen betrekken dat de loods gelegen is op een industrieterrein dat blijkens diverse meldingen bij bijzondere opsporingsambtenaren gevoelig is voor drugscriminaliteit en dat gelegen is direct naast een woonwijk.
22. De rechtbank overweegt dat de burgemeester reeds een verminderde noodzaak heeft aangenomen gelet op het tijdsverloop en het feit dat geen duidelijke aanwijzingen bekend zijn waaruit blijkt dat in of vanuit het pand drugs werden verhandeld of dat sprake was van een ‘loop’ naar de loods. Gelet op deze omstandigheden heeft de burgemeester sluiting van de loods teruggebracht van zes naar twee maanden. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat sluiting voor een periode van twee maanden nog noodzakelijk was, nu zo’n tijdelijke sluiting de productie in drugs dan wel drugshandel zal belemmeren, risico’s voor de buurt zal wegnemen en een signaal zal afgeven aan drugscriminelen en de buurt dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit.
23. De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande dat de burgemeester voldoende heeft gemotiveerd dat sluiting van de loods voor een periode van twee maanden (nog) noodzakelijk was.
Is de sluiting evenwichtig?
24. Als de burgemeester zich op het standpunt heeft mogen stellen dat sluiting van de woning noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de sluiting evenwichtig is. Uit vaste rechtspraak van de ABRvS volgt dat bij de beoordeling van de evenwichtigheid verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. [12]
verwijtbaarheid
25. Eiser heeft aangevoerd dat geen sprake is van verwijtbaarheid omdat hij een deel van zijn loods verhuurde aan derden en hij er niet van op de hoogte was dat deze onderhuurders deze stoffen en goederen in de loods hadden opgeslagen. Eiser stelt dat hij dat ook niet kon weten nu de stoffen en goederen waren verborgen onder dekens, matjes en een jas.
26. De burgemeester dient te motiveren of eiser een verwijt kan worden gemaakt van de aanwezigheid van de in de loods aangetroffen goederen en stoffen. Het ontbreken van verwijtbaarheid afzonderlijk of in samen met andere omstandigheden zou kunnen leiden tot het oordeel dat de burgemeester niet van zijn bevoegdheid tot sluiting van de loods gebruik mag maken. Uit vaste rechtspraak van de ABRvS blijkt dat betrokkene geen verwijt van de overtreding kan worden gemaakt, als hij niet op de hoogte was en evenmin op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de goederen en stoffen in zijn loods. Wel wordt van een verhuurder verwacht dat hij concreet toezicht houdt op het gebruik van een pand dat hij verhuurt. Het is niet genoeg als hij het pand alleen maar bezoekt. Hij moet ook controles uitvoeren die zijn gericht op het gebruik van het pand. [13]
27. De rechtbank overweegt dat namens eiser ter zitting is erkend dat hij geen toezicht heeft gehouden op het gebruik van de loods door de (gestelde) onderhuurders. Volgens eiser kon dat niet van hem verwacht worden, omdat hij de loods pas sinds kort verhuurde en er (nog) geen aanleiding was voor controle. De rechtbank volgt eiser daarin niet. Dat de loods pas sinds kort was verhuurd, kan niet leiden tot de conclusie dat geen toezicht hoefde te worden gehouden. Dat geldt te meer nu eiser volgens zijn eigen verklaring regelmatig in de loods kwam in verband met de werkzaamheden voor zijn bedrijf. Deze loods bestaat uit een grote ruimte en een kantoor, waarvan ook eiser gebruik maakte voor zijn eigen activiteiten. In beide ruimtes zijn door de politie spullen aangetroffen die aan drugs(productie) kunnen worden gerelateerd. Eiser had, nu hij zelf van de ruimten gebruik maakte, eenvoudig kunnen controleren welke activiteiten zijn onderhuurders in de ruimtes ontplooiden en wat voor zaken door zijn onderhuurders in de loods werden opgeslagen. Door dat niet te doen, kan eiser een verwijt worden gemaakt van de geconstateerde overtreding. De burgemeester heeft dus in redelijkheid geoordeeld dat van het ontbreken van verwijtbaarheid geen sprake is.
gevolgen van de sluiting
28. Eiser heeft aangevoerd dat de sluiting van de loods grote financiële gevolgen voor hem heeft gehad. De burgemeester mocht het belang van het herstel van de openbare orde naar het oordeel van de rechtbank echter zwaarder laten wegen dan de financiële belangen van eiser. Dat de loods gedurende twee maanden niet kon worden gebruikt, vormt geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan de sluiting onevenredig zou kunnen zijn. Dit geldt ook voor de gestelde financiële gevolgen voor eiser. Deze zijn het logische gevolg van de sluiting en de risico’s die eiser heeft genomen. Daarbij heeft de burgemeester de duur van de sluiting al teruggebracht van zes tot twee maanden.
29. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat de burgemeester de sluiting van de loods voor een periode van twee maanden evenwichtig heeft kunnen achten.
Conclusie en gevolgen
30. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat het beroep van eiser ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. C.F.E.M. Mes, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage I: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Opiumwet
Artikel 2
Het is verboden om een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid:
A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.
Artikel 11a
Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 13b
1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijs I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerst lid, onder 3, of artikel 11a voor handen is.
(…)
MDMA staat op lijst I.
Damoclesbeleid [district] (vastgesteld op 20 januari 2020)
5.1. Lokalen en bijbehorende erven
Harddrugs
Indien zich een situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 13b lid 1 onder a dan wel artikel 13b lid 1 onder b Opiumwet, treft de burgemeester de volgende maatregelen:
1e overtreding
(…)
(…)
Voorbereidingshandelingen
Sluiting voor 6 maanden
Bijlage II: bestuurlijke rapportage en proces-verbaal van bevindingen LFO
In een bestuurlijke rapportage van 20 maart 2024 heeft de politie met betrekking tot de inval in de loods op 9 maart 2024 het volgende aan de burgemeester gerapporteerd: (B1)
“Aanleiding tot binnentreden
Naar aanleiding van relevante politie informatie is de politie op 9 maart 2024 naar [adres 1] te [plaats] gegaan. De informatie betrof dat een persoon genaamd [eiser] in het weekend, in de loods aan [adres 1] te [plaats] , XTC-pillen zou produceren Omstreeks 19:30 uur heeft de politie de loods op dit adres betreden door een zijdeur in de loods te forceren. Bij binnenkomst werd al snel een Rotery Mixer aangetroffen Deze machine wordt gebruikt bij het proces om XTC-pillen te maken Naar aanleiding van deze informatie is er contact gelegd met de [Officier van Justitie] , welke toestemming gaf voor de doorzoeking van de loods op grond van de Opiumwet. Kort hierop werd [eiser] verder op in de straat staande gehouden Hij kwam uit een loods aan [adres 2] te [plaats] .
Onderzoek in de loods
Naar aanleiding van bovenstaande feiten en omstandigheden werd op 9 maart 2024 een nader onderzoek ingesteld in de loods. (…)
Ruimte A (loods)
De volgende goederen werden aangetroffen in de eerste ruimte:
- 1: Dit betrof een rotary mixmachine en werd aangetroffen achter in cie loods, verdekt onder dekens. Hierop zaten roze poederrestanten.
- 2/3/4: Dit betroffen drie grote, open zakken met verschillende bestandsdelen, welke gebruikt worden voor het maken van MDMA dan wel amfetamine. Deze lagen verstopt onder automatjes en lagen links van een deel van de mixmachine. (2) betrof een zak met calciumfosfaat, (3) betrof een zak met magnesium stearate en (4) betrof een zak
met microcrystalline cellulose.
- 5: Dit betrof een onderstel van een tabletteermachine en werd in het midden aan de linkerzijde van de loods aangetroffen. Deze was bedekt met een deken, automatjes en touwen.
- 6: Dit betrof een Albert Heijntas met de kop van de tabletteermachine erin. Deze lag rechts van het onderstel van de tabletteermachine, ook bedekt onder een automatje.
- 7: Dit betrof een Albert Heijnmand met daarin verschillende onderdelen van de tabletteermachine. Ook deze lag bedekt onder automatjes.
- 8: Dit betrof een mixmachine. Deze lag voor de drie grote zakken met bestandsdelen. Deze lag verstopt onder een zwarte jas.
Ruimte B (kantoor)
De volgende goederen werden aangetroffen in de tweede ruimte:
- 9: Dit betrof een ritszak met roze poeder, welke werd aangetroffen in een koelbox, onder in de kast aan de achterzijde van het kantoor. Na testen bleek dit MDMA te zijn.
- 10: Dit betrof een open emmer met wit poeder, waarop magnesiumchloride stond. Deze lag linksachter in de hoek van het kantoor.
- 11: Dit betrof een open emmer met wit poeder, waarop talkpoeder stond. Deze lag ook linksachter in de hoek van het kantoor.
- 12: Dit betrof een grote weegschaal, welke werd aangetroffen onder in de kast van het aanrecht van de keuken.
- 13: Dit betrof een open kilozak met microcrystalline cellulose, welke werd aangetroffen op het aanrecht van de keuken in het kantoor.
Daarnaast zijn de containers op het terrein ook doorzocht. De volgende goederen werden aangetroffen in de meest rechtse container op de plattegrond:
- vier koolstoffilters,
- twee ventilatoren,
- drie assimilatielampen,
- diverse geopende en nieuwe groeimiddelen,
- drie slakkenhuizen,
- diverse elektrische aansluitingen,
- drie dozen afzuigslangen,
- diverse lege potten,
- één schakelbord,
- twee buisventilatoren.
(…)
Verdachte
[eiser] , geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Marokko) (…)
Antecedentenoverzicht
Uit de politiële documentatie blijkt dat de aangehouden verdachte [eiser] , de afgelopen tien jaar de volgende antecedenten/veroordelingen heeft:
- 29-01-2018 Bezit softdrugs (lijst II)
- 17-06-2014 Bezit softdrugs (lijst II) en bezit overige wapens
(…)
Integriteit
Het drugslaboratorium werd aangetroffen in het buitengebied, waar eerder reeds een ontmantelde hennepkwekerij werd aangetroffen. (…)”
In een proces-verbaal van bevindingen van 8 april 2024 heeft de LFO het volgende gerapporteerd:
“Op dinsdag 12 maart 2024 heb ik enkele goederen onderzocht die op zaterdag 9 maart 2024, door de politie van [district], in beslag waren genomen in een loods aan [adres 1] in [plaats] . Het vermoeden bestond dat deze goederen te relateren waren aan de bewerking/verwerking van synthetische drugs.
(…)
Bevindingen
De door mij onderzochte goederen betrof apparatuur, zakken en emmers met poeders, een
gripzak met gekleurd poeder en een zak met daarin vochtig glaswol.
In de aangetroffen apparatuur herkende ik een tabletteermachine, poedermenger, mixer,
vermaler en weegschaal. Ik zag dat de poedermenger, de mixer en de tabletteermachine
vervuild waren met roze gekleurd poeder of aanslag. Hiervan zijn door mij diverse monsters
genomen.
In een gripzak trof ik roze gekleurd poeder aan, met daarin (delen van) ovaalvormige tabletten met een red Bull logo. Ik zag dat de ovaalvormige tabletten dezelfde vorm en grootte hadden als de ovaalvormige matrijzen die in de turret van de tabletteermachine zaten. De bijbehorende stempels, die het logo in een tablet drukken, werden door mij niet aangetroffen.
(…)
Voorlopige interpretatie LFO
De aangetroffen goederen zijn zeer typisch voor het tabletteren van MDMA bevattende
tabletten/pillen. In een gripzak [A-4] werd 358 gram netto aan roze gekleurde poeder en pillen aangetroffen, deze werden indicatief positief getest op de aanwezigheid van MDMA.
MDMA betreft een middel genoemd op lijst I van de Opiumwet.
De poedermenger [A-l], de mixer [A-2], de tabletteermachine [A-3] en de vermaler [A-11]
betreft apparatuur die zeer typisch is voor het tabletteren van MDMA. Gezien de roze
vervulling op de diverse apparatuur, en de overeenkomsten in vorm tussen de matrijzen en de aangetroffen pillen, bestaat het vermoeden dat de aangetroffen pillen vervaardigd zijn met behulp van de aangetroffen apparatuur.
De diverse aangetroffen poeders zijn allen middelen die gebruikt kunnen worden bij het