ECLI:NL:RBZWB:2025:9235
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van belanghebbende B.V. tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst, die op 12 oktober 2023 een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) heeft opgelegd van € 6.642. De rechtbank heeft de zaak op 30 september 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van belanghebbende, mr. M.U. Sahin, en twee inspecteurs aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar tot een te hoog bedrag. De historische nieuwprijs van de auto wordt vastgesteld op € 113.078, en de verschuldigde BPM op € 12.230. Belanghebbende heeft al € 5.930 voldaan, waardoor de naheffingsaanslag wordt verminderd tot € 6.300. Daarnaast heeft belanghebbende recht op een schadevergoeding van € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 1.833,33 voor rekening van de inspecteur en € 666,67 voor rekening van de Staat. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, en veroordeelt de inspecteur tot het betalen van de proceskosten van € 3.108.