ECLI:NL:RBZWB:2025:9233
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag BPM en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd van € 7.107, welke later werd verminderd tot € 6.014 na gegrondverklaring van het bezwaar. De rechtbank behandelt de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en of er sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel, de hoogte van de historische nieuwprijs en waardevermindering door schade. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar tot een te hoog bedrag. De historische nieuwprijs wordt vastgesteld op € 248.794, en de verschuldigde BPM op € 24.993, wat leidt tot een vermindering van de naheffingsaanslag tot € 5.809. Daarnaast wordt belanghebbende een schadevergoeding van € 1.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, en legt de kostenvergoedingen vast.