Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met een snelheid van 14 km/u boven de toegestane limiet op de A58 te Roosendaal op 18 mei 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat eerst ongegrond werd verklaard door de officier van justitie. Vervolgens werd het beroep behandeld door de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel is de redelijke termijn van berechting overschreden, aangezien meer dan twee jaar verstreken is tussen het opleggen van de boete en de uitspraak, wat een matiging van 25% rechtvaardigt. Daarnaast is de hoorplicht geschonden doordat betrokkene en zijn gemachtigde niet zijn gehoord tijdens het administratief beroep, wat eveneens leidt tot een matiging van 25%.
De boete wordt derhalve gematigd tot € 70,87 plus administratiekosten. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald. De officier van justitie wordt veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van € 194,25 aan betrokkene. Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en schending van de hoorplicht, met terugbetaling van zekerheid en toekenning van proceskostenvergoeding.