Uitspraak
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels, verbonden aan Bartels Consultancy)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een indoor speelhal en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor het jaar 2024. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €2.778.000 per 1 januari 2023, gebaseerd op een verkoopprijs van €2.850.000 in augustus 2022.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende als gebruiker van het object kan worden aangemerkt, gelet op de huurovereenkomst en eigendomssituatie. De rechtbank stelde vast dat het verkoopcijfer marktconform was, mede omdat het object op de markt was aangeboden en de verkoopprijs door de notaris was beoordeeld. De stelling van belanghebbende dat de verkoopprijs niet marktconform was wegens gelieerde partijen werd verworpen.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat onvoldoende rekening was gehouden met de ligging van het object op een vuilnisbelt, omdat dit in de verkoopprijs was verdisconteerd. Ook het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de termijn niet was overschreden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag en WOZ-waarde gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.