Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om wijziging van zijn persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (Brp). Het college wees dit verzoek af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde of de overgelegde documenten, waaronder Chinese paspoorten en notariële akten, als brondocumenten konden worden aangemerkt op grond van artikel 2.8 van de Wet Brp. Hoewel de paspoorten als brondocumenten werden erkend, stelde het college dat er geen behoorlijk onderzoek voorafgaand aan de afgifte van het paspoort uit 2007 had plaatsgevonden, waardoor de juistheid van de gegevens niet kon worden aangenomen.
De notariële akten werden niet als brondocumenten erkend vanwege gebrek aan onderliggende documenten en onduidelijkheid over de echtheid en het onderzoek. De rechtbank oordeelde dat het college terecht het genuanceerde toetsingskader hanteerde en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gegevens juist waren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.S. van Bree op 11 augustus 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.