Uitspraak
Datum uitspraak: 17 januari 2024
BESTUURSRECHTSPRAAK
2. het college van burgemeester en wethouders van Den Bosch,
appellanten,
voorzitter
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Den Bosch wees het verzoek van appellant om haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (BRP) te wijzigen af, omdat niet onomstotelijk vaststond dat de te wijzigen gegevens onjuist waren. Appellant overlegde diverse documenten, waaronder een paspoort, identiteitskaart, notariële verklaringen en een originele hukou. Bureau Documenten van de IND beoordeelde de echtheid van enkele documenten, maar twijfels bleven bestaan over de juistheid en het verband met appellant.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het college terecht het verzoek had afgewezen, mede vanwege onvoldoende onderzoek naar de identiteit en het ontbreken van voldoende bewijs. In hoger beroep stelde appellant dat de originele hukou en het verwantschapsonderzoek het verband met haar ouders aantoonden en dat zij niet de op de hukou genoemde zus was.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de gegevens in de BRP betrouwbaar moeten zijn en dat brondocumenten van hogere orde, zoals de originele hukou, doorslaggevend zijn. Het college had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de gegevens in de hukou onjuist waren. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraken van de rechtbank en bepaalde dat het college binnen vier weken de inschrijving van appellant in de BRP moet wijzigen conform de gegevens uit de hukou. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch wordt opgedragen binnen vier weken de persoonsgegevens van appellant in de BRP te wijzigen conform de originele hukou.