Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
Relevante wet- en regelgeving
Er was ten onrechte geen mogelijkheid om de aanvraag op grond van de tijdelijke artikelen 54 en 56 Bbz te doen via de daarbij behorende tijdelijke modelbeschikkingen, enkel op grond van de reguliere grondslag van artikel 35 Bbz Pro. Daarom is sprake van een motiveringsgebrek.
Op grond van de Wijzigingsbesluiten is het mogelijk gemaakt om een aanvraag voor bijstand te doen zonder dat er een vermogenstoets plaatsvindt zoals neergelegd in artikel 3 Bbz Pro. De aanvraag is ter beoordeling van de levensvatbaarheid in handen van [bedrijf 2] gesteld, maar het college heeft vervolgens ten onrechte een vermogenstoets uitgevoerd. Zij had de betreffende bankgegevens niet mogen opvragen, daarvoor was geen wettelijke basis.
Eiser verzoekt om het college te veroordelen tot schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb, omdat sprake is van onrechtmatige besluiten en eiser daardoor financieel nadeel heeft geleden.
Tot slot verzoekt eiser om een schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn voor behandeling van zijn bezwaarschrift op grond van artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het bezwaar is ingediend op 4 maart 2022 en er is beslist op 28 november 2023, oftewel 21 maanden later. Door deze overschrijding heeft eiser recht op schadevergoeding.
Omvang van het geschil
Procesbelang
Uitkering als beëindigend zelfstandige
Bijstand ter betaling van een bedrijfsschuld
Schadevergoeding vanwege onrechtmatige besluitvorming
Schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen besluitonderdeel 1;
- verklaart het beroep ongegrond voor zover gericht tegen besluitonderdelen 2 en 3;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 Awb Pro en vanwege overschrijding van de redelijke termijn af.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
[…]