Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in het voetgangersgebied van de Nieuwlandstraat te Tilburg op 27 september 2022. Betrokkene voerde aan dat hij niet op het trottoir of fietspad had gereden en volgens de regels had gehandeld. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging voldoende is bewezen en verwees naar eerdere uitspraken waarin de situatie rondom de Nieuwlandstraat werd toegelicht. Sinds 3 november 2021 is het duidelijk dat het gebied een voetgangersgebied is, waardoor boetes vanaf die datum in principe rechtmatig zijn.
Echter, de officier van justitie had betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om gehoord te worden, wat een wettelijke schending van de hoorplicht betekent. Dit leidde tot vernietiging van de eerdere beslissing en matiging van de boete met 25%. Daarnaast was de redelijke termijn van behandeling overschreden met zeven maanden, wat een extra matiging van 25% rechtvaardigde.
De kantonrechter verklaarde het beroep daarom gedeeltelijk gegrond, matigde de boete tot € 84,37 plus administratiekosten, en beval terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan betrokkene.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot € 84,37 plus administratiekosten.