Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juni 2025 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [plaats] eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten en omstandigheden.
Procesbelang.
Beroepsgronden.
Omvang van het geding.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, met een chronische medische aandoening, heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college betreffende de omvang en vorm van haar huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
De rechtbank beoordeelt dat het college de indicatie voor de hulp bij het huishouden heeft vastgesteld op basis van het CIZ-Protocol en het HHM-normenkader, waarbij de indicatie voor de wasverzorging aanvankelijk niet volgens het HHM-kader werd vastgesteld maar later wel, conform een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De rechtbank concludeert dat het college voldoende maatwerk heeft geleverd en eiseres niet tekort is gedaan in de omvang van de toegekende ondersteuning.
Ten aanzien van de vorm van de ondersteuning oordeelt de rechtbank dat het college terecht heeft besloten de ondersteuning in de vorm van zorg in natura toe te kennen in plaats van een persoonsgebonden budget (pgb), omdat eiseres onvoldoende pgb-vaardigheden bezit om de complexe taken die met een pgb gepaard gaan te beheren.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit over de periode 1 april 2022 tot 31 maart 2023 ongegrond, maar verklaart het beroep tegen latere besluiten gegrond voor zover het de omvang van de indicatie betreft en wijzigt deze conform het standpunt van het college. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de indicatie voor huishoudelijke hulp conform het college en bevestigt de zorg in natura, met toekenning van proceskosten aan eiseres.