ECLI:NL:RBZWB:2025:1242
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en niet-melding werkzaamheden
Eiser diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering met terugwerkende kracht vanaf 30 december 2022. Werkplein Hart van West-Brabant wees de aanvraag af omdat eiser werkzaamheden had verricht zonder dit te melden, en onvoldoende informatie gaf over contante stortingen op zijn bankrekeningen.
De rechtbank stelde vast dat eiser tijdens reguliere uren werkzaamheden verrichtte die als op geld waardeerbare arbeid worden beschouwd, ongeacht of deze betaald waren. Eiser erkende wel een rol te hebben gehad bij de werkzaamheden, maar betwistte dat het betaalde arbeid betrof. De rechtbank verwierp dit verweer omdat de intentie niet relevant is en eiser onvoldoende bewijs leverde.
Ook gaf eiser geen objectief verifieerbare informatie over de herkomst van contante stortingen, waardoor Werkplein het recht op bijstand niet kon vaststellen. De rechtbank concludeerde dat Werkplein terecht de aanvraag afwees vanwege schending van de inlichtingenplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering wordt terecht afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht.