Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren van een voertuig buiten een parkeervak op het Zusterplein te Middelburg op 17 september 2022. Betrokkene voerde aan dat hij door drukte lange tijd op zoek was naar een parkeerplaats en een vergunning had, maar geen andere plek vond dan de zijkant van het plein.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de boete terecht was omdat het voertuig niet binnen een parkeervak stond. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel werd geoordeeld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing.
Daarnaast was er sprake van overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, waardoor de boete met 25% werd gematigd vanwege de schending van de hoorplicht en nogmaals met 25% wegens termijnoverschrijding. De boete werd gewijzigd naar € 56,25 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete gematigd tot € 56,25 plus administratiekosten en teveel betaalde zekerheid terugbetaald.