Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 27 km/u te hard op de A17 buiten de bebouwde kom. Hij voerde aan niet te hard te hebben gereden en stelde dat de verbalisant zich schuldig maakte aan racial profiling. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar verzocht matiging vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die niet werd weersproken met specifieke feiten. De boete is terecht opgelegd. Wel is de redelijke termijn van twee jaar overschreden, waardoor matiging van 25% passend is.
Daarnaast is de hoorplicht geschonden doordat betrokkene niet is gehoord bij het administratief beroep, wat leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en een extra matiging van 25%. De boete wordt gematigd tot € 150,19 plus administratiekosten en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 150,19 vanwege schending van de hoorplicht en overschrijding van de redelijke termijn.