ECLI:NL:RBZWB:2024:8307
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek voorbelasting bij short-stay verhuur van appartementen
Belanghebbende is eigenaar van een pand dat is omgevormd tot zeven appartementen en een winkelruimte. De appartementen worden verhuurd voor maximaal zes maanden, volledig gemeubileerd en met voorzieningen, zonder dat huurders verantwoordelijk zijn voor de inventaris. De gemeente heeft de appartementen als woningen aangemerkt, maar belanghebbende brengt 9% OB in rekening over de huur.
De inspecteur weigert de aftrek van voorbelasting over de appartementen omdat hij de verhuur kwalificeert als vrijgestelde woningverhuur. De rechtbank onderzoekt of de verhuur valt onder de short-stay-uitzondering, die verhuur belast als deze vergelijkbaar is met hotel- of vakantiebestedingsbedrijven.
De rechtbank volgt het arrest Blasi en oordeelt dat de verhuur van belanghebbende een soortgelijke functie heeft als hotelverhuur, omdat de appartementen kortdurend, gemeubileerd en compleet zijn, en de huurder niet belast is met inventariszorg. De aard van de prestatie is doorslaggevend, niet de gemeentelijke bestemming of fiscale aangifte. Hierdoor is de verhuur belast en heeft belanghebbende recht op aftrek van voorbelasting.
De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, vernietigt de uitspraken op bezwaar en stelt de teruggaven OB vast. Tevens wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De verhuur van de appartementen valt onder de short-stay-uitzondering en is belast, waardoor belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting en teruggaaf van omzetbelasting.