Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet behoorlijk tonen van het rijbewijs op verzoek van de verbalisant op 2 juli 2022 in Oudenbosch. Betrokkene voerde aan niet de eigenaar van de auto te zijn en vroeg bewijs van de overtreding, terwijl hij ook twijfelde aan de identificatie door de verbalisant.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde dat betrokkene de bestuurder was en de gedraging had verricht. Er was geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen.
Wel werd vastgesteld dat de procedure langer dan twee jaar duurde, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Tevens was de hoorplicht door de officier van justitie geschonden omdat betrokkene niet was gehoord bij het administratief beroep. Deze schending leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.
De kantonrechter matigde de boete met 25% vanwege de termijnoverschrijding en met nog eens 25% wegens de schending van de hoorplicht. De boete werd vastgesteld op €56,25 plus administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag van €43,75 werd terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd tot €56,25 plus administratiekosten en terugbetaling van teveel betaalde zekerheid.